Is een martelaar iemand die gemarteld wordt of iemand die zelf martelt?

Een martelaar is – althans van oorsprong – iemand die zelf martelingen ondergaat. Hij is dus het slachtoffer en niet de dader; de dader wordt gewoonlijk beul of folteraar genoemd.

In martelaar betekent het achtervoegsel -aar nu eens niet 'mannelijk persoon die de door het werkwoord genoemde handeling verricht', zoals dat in onder meer handelaar en stotteraar wel het geval is. Martelaar is daarmee een uitzondering, net als dompelaar, gijzelaar, kittelaar en rammelaar (het speelgoed).

Martelaar is niet afgeleid van het werkwoord martelen, maar is een Middelnederlandse verlenging van oudere vormen van het woord (martalus, martela, martele en martere). De oorsprong daarvan is het Latijns-Griekse martyr ('geloofsgetuige'; 'martelaar').

Overigens komt martelaar in Van Dale (2015) ook voor in de betekenis “iemand die mensen of (met name) dieren martelt”. Dat is niet nieuw; het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel IX, 1913) zegt al “Niet geheel onbekend is martelaar in den zin van: iemand die martelt, kwelt, vooral gezegd van een dierenplager”.