Wanneer zet je een komma voor die of dat?

Dat hangt af van het soort bijzin dat volgt op die of dat. Er is verschil in betekenis tussen de volgende twee zinnen:

  • Mijn collega’s, die ons nieuwe huis nog niet hebben gezien, komen vanavond eten.
  • Mijn collega’s die ons nieuwe huis nog niet hebben gezien, komen vanavond eten.

Voor beide zinnen geldt dat de zin die begint met die, iets zegt over het voorafgaande zelfstandig naamwoord collega’s: ‘die ons nieuwe huis nog niet gezien hebben’ is een zogenoemde bijvoeglijke bijzin. Afhankelijk van het soort bijzin dat volgt, zetten we wel of geen komma voor die.

In de eerste zin hebben we te maken met een uitbreidende bijzin. Het zinnetje tussen komma’s vertelt iets meer over de collega’s. De mededeling is in feite: ‘Mijn collega’s komen vanavond eten’, en er wordt nog extra aan toegevoegd dat ze ons nieuwe huis nog niet gezien hebben. De uitbreidende bijzin zou weggelaten kunnen worden zonder dat belangrijke informatie verloren gaat. De uitbreidende bijzin staat altijd tussen komma’s.

In de tweede zin kan de bijzin niet zonder betekenisverandering weggelaten worden. De bijzin is een nadere specificering van het onderwerp ‘mijn collega’s’: niet ál mijn collega’s komen vanavond eten, maar alleen ‘mijn collega’s die ons nieuwe huis nog niet gezien hebben’. In dit geval staat er géén komma voor die. We noemen deze bijzin een beperkende bijzin; de bijzin beperkt namelijk de betekenis van het zinsdeel waar hij bij hoort. Vóór een beperkende bijzin staat geen komma (erachter vaak wel).

Het verschil tussen de uitbreidende en de beperkende bijzin is overigens ook te horen. De uitbreidende bijzin spreken we als extra tussenzin op een lagere toon uit, de komma’s zijn als rustpunt in de zin goed te horen. De beperkende bijzin wordt zonder pauze direct na de collega’s uitgesproken.

Andere voorbeelden:

  • Het toneelstuk, dat zij in twee weken heeft geschreven, kreeg slechte kritieken.
    (Uitbreidende bijzin: dat zij het stuk in twee weken geschreven heeft, is extra informatie over het toneelstuk.)
  • Het toneelstuk dat zij in twee weken heeft geschreven, kreeg slechte kritieken.
    (Beperkende bijzin: hier gaat het specifiek om het toneelstuk dat in twee weken geschreven is – niet om haar andere toneelstukken.)
  • Iraniërs die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen, beheersen het Nederlands opvallend goed.
    (Beperkende bijzin: de zin zegt iets over Iraniërs die op latere leeftijd naar Nederland zijn gevlucht. Met komma ontstaat een vreemde zin: ‘Iraniërs, die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen, beheersen het Nederlands opvallend goed.’ De suggestie wordt gewekt dat álle Iraniërs op latere leeftijd naar Nederland zijn gevlucht.)