Waar komt de uitdrukking 'Joost mag het weten' vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Als je iets niet weet, kun je zeggen: 'Joost mag het weten.' Je bedoelt dan: 'ik heb geen flauw idee (en ik ga me er ook niet in verdiepen)'.

Joost is in deze uitdrukking oorspronkelijk niet de persoonsnaam Joost, maar een benaming voor de duivel. Die benaming gaat waarschijnlijk terug op het Javaanse woord joos. Dit was een aanduiding voor een Chinese godheid of de afbeelding daarvan. Joos is een verkorting van dejos, dat weer teruggaat op het Portugese deus ('god'). In het boek Reistogt van Wouter Schouten (uit 1780) wordt beschreven hoe de Chinezen die in Batavia wonen kaarsen branden ter ere van de vorst van de hel, die zij als een god aanbidden: “Den Schepper vreezen zij niet, wijl van Hem alles goeds komt; maar de Duivel, dien zij gemeenlijk Joosje noemen, is, zeggen zij, een machtig en geweldig vorst (...).” De Nederlanders op Java konden de benaming joos en de verering van deze 'duistere' god niet plaatsen; ze zagen deze 'heidense god' als de duivel. Joosje werd later verbasterd tot de bekende Nederlandse voornaam Joost.