Kinderen gebruiken tijdens hun spel de verleden tijd soms op een vreemde manier. Bijvoorbeeld: 'Dan was jij Harry Potter en ik Hermelien Griffel.' 'Ja, en dan ging ik zwerkballen en ging jij naar de bibliotheek.' Welke functie heeft de verleden tijd hier?

Door de verleden tijd te gebruiken, maken de kinderen duidelijk aan elkaar dat ze doen alsof. De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) maakt de volgende opmerking over dit gebruik van de verleden tijd: "In kindertaal kunnen imperfectum [onvoltooid verleden tijd] en plusquamperfectum [voltooid verleden tijd] in een spelsituatie niet-werkelijkheid uitdrukken, bijv. 'Jij was vader en ik was moeder. En jij moest de hele dag werken en als je thuiskwam, had ik het eten klaargemaakt.'"

Ook volwassenen gebruiken de verleden tijd om een niet-werkelijkheid aan te geven, maar dan in zinnen als: 'Als ik jou was, zou ik het doen'; 'Als ik een tuin had, dan maakte ik er een moestuin van.'