Wat is goed: ‘Je kunt je nu inschrijven’ of ‘Je kan je nu inschrijven’?

Het is allebei goed. Je kunt is ouder en daardoor voor sommige mensen beter. Je kan is voor anderen juist weer wat moderner en aansprekender.

Vaak krijgt ‘Je kunt je nu inschrijven’ in Nederland de voorkeur. Dat komt doordat veel mensen je kunt en kun je geschikter vinden voor de schrijftaal. Anderen vinden je kan en kan je juist beter, omdat het vlotter en wat informeler overkomt. In België zijn je kunt en je kan helemaal gelijkwaardig.

Je kan is weliswaar jonger dan je kunt, maar het is zeker geen nieuwe vorm. Al in teksten uit einde van de zeventiende eeuw komt je kan voor.

Je kan, zal, wil

Bij de werkwoorden kunnen, zullen en willen is al eeuwenlang een ontwikkeling gaande. Die ontwikkeling gaat hiernaartoe: één vorm in de tegenwoordige tijd enkelvoud. Voorbeelden:

  • Ik kan hard fietsen / Jij/je kan hard fietsen / Hij/zij kan hard fietsen.
  • Ik zal vast lekker slapen / Jij/je zal vast lekker slapen / Hij/zij zal vast lekker slapen.
  • Ik wil graag poffertjes / Jij/je wil graag poffertjes / Hij/zij wil graag poffertjes.

De vormen je/jij zal, je/jij kan en je/jij wil zijn volgens veel Nederlandse taalgebruikers niet zo geschikt voor de schrijftaal – in de spreektaal valt bijna niemand er meer over. Nog een paar voorbeelden:

  • Je kunt op onze website de regels nalezen. Kun je de informatie vinden?
  • Je kan het best wat vroeger vertrekken. Of kan je langer blijven? (informeler/spreektaal)
  • Je zult merken dat je nieuwe iPhone veel meer kan dan je oude. Wat zul je daar plezier van hebben.
  • Je zal wel blij zijn met je nieuwe iPhone. Zal je er zuinig op zijn? (informeler/spreektaal)
  • Je wilt elke dag op de hoogte blijven van het nieuws.
  • Je wil vast wel een flink stuk taart. (informeler/spreektaal)

Bij het werkwoord mogen is de ontwikkeling naar ‘één vorm in het enkelvoud van de tegenwoordige tijd’ voltooid. De vorm je moogt is echt verouderd. Hij is in de standaardtaal vervangen door je mag. Het is ‘Ik/jij/hij/zij mag een chocolaatje.’

Je = ‘men’

Je kan/zal/wil is voor de meeste taalgebruikers ook in geschreven taal acceptabel als je niet op een concrete jij-persoon slaat, maar meer in het algemeen ‘men’ betekent. Bijvoorbeeld:

  • Je kan nu eenmaal niet alles weten.
  • Je zal maar moeten werken met deze herrie!
  • Zelf je reis samenstellen, dat is toch wat je wil tegenwoordig.

Overigens zijn in deze zinnen kunt, zult respectievelijk wilt uiteraard ook goed.

Verschil België - Nederland

De Algemene Nederlandse Spraakkunst, de dikste grammatica van het Nederlands, vermeldt bij de vorm je kan: “De gebruikswaarde van je kan is in de verschillende delen van het taalgebied niet dezelfde. In Nederland geldt je kan doorgaans als informeel. Heeft je de algemeen verwijzende betekenis ‘men’, dan komt de combinatie je kan ook in de standaardtaal voor. In België wordt je kan niet als informeel taalgebruik beschouwd. De combinatie komt vooral in gesproken taal voor.” Bij je zal en je wil staat zo’n zelfde opmerking.