Wat is het juiste meervoud van forum: forums of fora?

Het is allebei mogelijk, maar forums is het gebruikelijkst.

Forum komt uit het Latijn. Het heeft twee meervouden: het oorspronkelijke Latijnse fora en het vernederlandste forums. Het meervoud forums is het gebruikelijkst. Een paar voorbeeldzinnen:

  • Op forums/fora gelden bepaalde gedragsregels.
  • Ik ben lid van verschillende internetforums/internetfora over muziek.
  • De professor werd vaak gevraagd om zitting te nemen in forums/fora op congressen.

Er zijn meer Latijnse leenwoorden op -um die in het Nederlands twee meervouden hebben. Soms is er een betekenisverschil tussen de twee meervouden. Zo is het meervoud media de verzamelnaam voor kranten, radio, tv en internet; mediums betekent ‘paranormaal begaafden’ (zie ook deze pagina). Als meervoud van datum (‘dagaanduiding’) is zowel datums als data mogelijk; daarnaast heeft data de specifieke betekenis ‘gegevens’.

Discus en academicus

Naast deze woorden op -um heeft het Nederlands ook Latijnse leenwoorden op -us, zoals abortus en discus. Ook daarbij is het soms lastig de meervoudsvorm te bepalen. Meestal is het meervoud op -ussen juist: abortussen, discussen. Persoonsaanduidingen op -icus, zoals academicus en medicus, hebben altijd alleen een meervoud op -ici: academici, medici, neerlandici. Een heel enkele keer heeft een Latijns woord op -us geen meervoud op -i (dat heeft te maken met woordvormingsregels in het Latijn). Zo is het Latijnse meervoud van corpus (‘lichaam’) bijvoorbeeld corpora, dat van genus (‘geslacht’) is genera en dat van casus (‘geval’) en sinus (‘golf’) is het onveranderde casus en sinus. In het Nederlands zijn corpussen, casussen en sinussen ook juist.

Een ‘dubbel’ meervoud, zoals fora’s en medici’s, is overigens altijd fout. Het juiste meervoud is fora óf forums en medici.

Hieronder staat een lijstje met (enigszins) gebruikelijke Latijnse woorden die eindigen op -um en -us en hun mogelijke meervouden. Als er twee mogelijkheden zijn, lijkt de Latijnse vorm in de meeste gevallen het gebruikelijkst. De Nederlandse vorm is echter ook juist volgens het Groene Boekje en/of de Van Dale-woordenboeken en/of de Spellingwijzer Onze Taal.

enkelvoud (met betekenis) meervoud of meervouden
abortus (zwangerschapsafbreking) abortussen
academicus (iemand met een academische opleiding) academici
acanthus (plant) acanthussen
adagium (spreuk) adagia
addendum (bijvoegsel, toevoegsel) addenda
adverbium (bijwoord) adverbia
anonymus (anoniem iemand) anonymi
antibioticum (medicijn dat ontstekingen bestrijdt) antibiotica
antidepressivum (geneesmiddel dat depressies bestrijdt) antidepressiva
aquarium (bak/bassin met water, gebouw met meerdere van zulke bakken/bassins) aquaria, aquariums
arboretum (bomentuin) arboreta, arboretums
atheneum (vwo zonder Grieks en Latijn) athenea, atheneums
atrium (binnenplein) atria, atriums
breviarium (gebedenboek) breviaria, breviariums
buxus (boompje) buxussen
cactus (stekelplant) cactussen
calendarium (kalender) calendaria, calendariums
campus (terrein) campussen
castellum (Romeins verdedigingswerk) castella
casus (geval) casus (onveranderd meervoud), casussen
catalogus (register) catalogi, catalogussen
centrum (middelpunt, gebouw waar men samenkomt) centra, centrums
circus (gezelschap dat in een tent optreedt) circussen
collectivum (verzamelnaam) collectiva
collegium (college, bestuur) collegia
conservatorium (muziekacademie) conservatoria, conservatoriums
continuüm (geheel, ononderbroken reeks) continua, continuüms
corpus (lichaam, verzameling teksten) corpora, corpussen
cosinus (wiskundige term) cosinussen
crematorium (gebouw waar overledenen gecremeerd worden) crematoria, crematoriums
criterium (toets, maatstaf) criteria
criterium (wielerwedstrijd) criteria, criteriums
cultus (verering) cultussen, culten
curiosum (iets wat zeldzaam en/of opmerkelijk is) curiosa
cursus (leergang, training) cursussen
cyclus (kring, reeks) cycli, cyclussen
datum (dagtekening) data, datums; data betekent ook ‘gegevens’
decennium (periode van tien jaar) decennia, decenniën
delirium (roes) deliria, deliriums
discus (werpschijf) discussen
dolfinarium (dolfijnenbad) dolfinaria, dolfinariums
emeritus (iemand die met pensioen is gegaan) emeriti
erratum (drukfout) errata
extraneus (iemand die examen doet bij een onderwijsinstelling zonder er onderwijs te hebben gehad) extranei
ficus (kamerplant) ficussen
focus (brandpunt, concentratiepunt) focussen
fungus (zwam) fungi
genius (aanstichter) geniën, genii
genus (geslacht) genera
geranium (plant) geraniums
gremium (college) gremia
gymnasium (vwo met Grieks en Latijn) gymnasia, gymnasiums
herbarium (verzameling gedroogde planten) herbaria, herbariums
honorarium (geldelijke vergoeding) honoraria, honorariums
jubileum (herdenking) jubilea, jubileums
kwantum ((vastgestelde) hoeveelheid) kwanta, kwantums
lustrum (vijfjarige periode) lustra, lustrums
lyceum (vwo-school) lycea, lyceums
maximum (hoogste waarde) maxima
medicus (geneeskundige) medici
medium (informatiedrager, zoals kranten, radio, tv en internet) media
medium (paranormaal begaafd persoon) mediums
metrum (versvoet) metra, metrums
minimum (laagste waarde) minima; minima betekent ook ‘mensen met een laag inkomen’
moratorium (uitstel, opschorting) moratoria, moratoriums
museum (gebouw waarin voorwerpen van kunst of wetenschap zijn bijeengebracht) musea, museums
neerlandicus (iemand die Nederlands heeft gestudeerd) neerlandici
novum (nieuw feit) nova, novums
octopus (inktvis) octopussen
optimum (gunstigste waarde) optima
opus (werk, deel van iemands oeuvre) opera, opussen; opera is ook een enkelvoudig woord in de betekenis ‘muziekdrama’ met als meervoud opera’s
parallellepipedum (meetkundig lichaam) parallellepipeda, parallellepipedums
podium (platform, toneel) podia, podiums
quantum ((vastgestelde) hoeveelheid) quanta, quantums
quorum (vereist aantal leden of stemmen) quorums
quotum (aandeel, wettelijk toegestane of vereiste hoeveelheid) quota, quotums
referendum (volksstemming) referenda, referendums
scrotum (balzak) scrotums
serum (entstof, vaccin) sera, serums
sinus (wiskundige of anatomische term) sinussen
stadium (fase, periode) stadia, stadiums
technicus (techniekdeskundige, monteur) technici
territorium (grondgebied) territoria, territoriums
testimonium (getuigschrift, getuigenis) testimonia, testimoniums
ultimatum (laatste voorwaarde die aan een bepaalde tijd is gekoppeld) ultimata, ultimatums
unicum (enig exemplaar, iets wat heel bijzonder is) unica, unicums
universum (heelal, geheel van aspecten of denkbeelden) universa, universums
virus (ziekteverwekker, schadelijke software) virussen
visum (document of paspoortstempel om een bepaald land te mogen bezoeken) visa, visums