'Nederland stuurt duizend troepen naar Afghanistan.' Is deze zin juist?

 

Veel mensen zullen deze zin vreemd vinden. De zin wringt door het gebruik van het telwoord duizend in combinatie met troepen.

Troepen heeft al heel lang (onder andere) de betekenis 'individuele manschappen, soldaten'. In het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) staat een citaat van Vondel uit 1660 waarin het al gebruikt wordt: “Hy (had) zich (...) tweemael midden op den vyant toegezet, Zijn troepen tweemael langs den muur gebroght aen 't vlughten (...)”. Het WNT zegt dat troepen hier te beschouwen is als een plurale tantum: een zelfstandig naamwoord dat alleen in het meervoud voorkomt. Andere voorbeelden van pluralia tantum zijn hersenen en mazelen. Het gaat bij troepen dus niet om het meervoud van troep (dat onder meer 'groep' kan betekenen), maar om een woord dat in de betekenis 'manschappen' geen enkelvoud heeft. Dit laatste blijkt ook uit de grote Van Dale (2005), die als vierde betekenis vermeldt: “(in 't mv.) de gezamenlijke manschappen van een leger”.

Op de zin 'Nederland stuurt troepen naar Afghanistan' is niets aan te merken. De zaak verandert als er een telwoord wordt gebruikt vóór troepen, zoals in 'Nederland stuurt duizend troepen naar Afghanistan.' Deze zin wringt; een concreet telwoord past niet goed voor een plurale tantum (je kunt ook niet goed zeggen 'Ik heb nog drie mazelen'). Ook het WNT keurde deze constructie (in een supplement uit 1964) af; de juiste zin zou zijn 'Nederland stuurt duizend man troepen naar Afghanistan.' In de praktijk komt deze combinatie echter niet vaak voor. Na een telwoord kan het best soldaten of militairen worden gebruikt: 'Nederland stuurt duizend soldaten/militairen naar Afghanistan.'