Wat betekent driemaal is scheepsrecht en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Driemaal is scheepsrecht betekent meestal: ‘als iets twee keer niet gelukt is, lukt het de derde keer vast wel’. Je kunt het ook gebruiken als je iets voor de derde keer probeert, dus min of meer als ‘ik probeer het nog één keer’. Het kan ook een grapje zijn dat je maakt als je iemand voor de derde keer tegenkomt.

Deze uitdrukking is ontstaan vanwege de bijzondere status van het getal drie. Drie heeft altijd een grote symbolische waarde gehad vanwege de Heilige Drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook in de rechtspraak had het getal drie een bijzondere status. F.A. Stoett geeft een aantal voorbeelden:

  • Vroeger werd driemaal per jaar een gewone rechtszitting gehouden en zo’n rechtszitting duurde drie dagen.
  • Bij belangrijke zaken kreeg je drie kansen om een eed vloeiend af te leggen. Een eed die niet vloeiend werd uitsproken, gold namelijk niet.
  • Als je in een onroerende zaak (zoals een huis) drie dagen in bezit had en er drie gasten had uitgenodigd, gold het huis écht als jouw bezit.
  • Bij openbare verkopingen moest je soms driemaal bieden. De uitroep ‘Eenmaal, andermaal, verkocht!’ sluit hierbij aan.

Toch is de exacte herkomst van driemaal is scheepsrecht niet bekend. Wel speelde het getal drie ook op zee een grote rol in de gewoonten en de straffen. Bijvoorbeeld:

  • De schipper was verplicht drie maaltijden aan de bemanning te geven.
  • Wie zich misdroeg tijdens het schaften, werd gestraft met drie slagen met de gortspaan (een driehoekig plankje met een korte steel, dat door de matrozen werd gebruikt om de gekookte gort fijn te wrijven). 
  • Een gestorven zeeman wordt met een ‘één, twee, drie, in godsnaam’ over boord gezet.