Gaat u een dictee houden? Hieronder vindt u de algemene spelregels en voorleesaanwijzingen.

Bronnen voor de juiste spelling

Bij dictees zijn de officiële spellingregels het uitgangspunt. We adviseren om de volgende bronnen aan te houden, in volgorde van autoriteit:

  • Woordenlijst.org, de onlineversie van de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje).
  • Het Groot woordenboek van de Nederlandse taal van Van Dale (de Dikke Van Dale). Als een woord niet op woordenlijst.org te vinden is, geldt de schrijfwijze in de Dikke Van Dale, uitgave 2015. Bij voorkeur wordt gebruikgemaakt van de recentste versie online (betaald abonnement), omdat die correcties en aanvullingen bevat.
  • Als beide bovengenoemde bronnen een woord niet noemen, wordt het beoordeeld aan de hand van:
    • de officiële spellingregels in de Leidraad (te vinden op woordenlijst.org) en de Technische Handleiding
    • Spellingsite.nu (let wel: bij sommige woorden staat een alternatief voor de officiële spelling, met de vermelding ‘alt’/‘alternatief’; bij een dictee zijn de regels streng en geldt zo’n alternatieve spelling als een fout)
    • de schrijfwijze van vergelijkbare woorden

Regels voor de deelnemers

  • Schrijf goed leesbaar, het liefst in blokletters. Maak zo duidelijk mogelijk onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters, en tussen los schrijven en aan elkaar schrijven. Bij (sterke) twijfel over de bedoelde schrijfwijze zal de jury een fout tellen.
  • Schrijf getallen uit in woorden, tenzij de voorlezer anders aangeeft. Uitgezonderd zijn data en jaartallen, en woorden die standaard als een afkorting of formule worden geschreven, zoals CO2 en mp3.
  • Breek woorden niet af aan het einde van de regel. Past een woord niet op de regel, schrijf het dan aan het begin van een nieuwe regel. Een woord dat aan elkaar geschreven moet worden maar over twee regels verdeeld wordt, telt als een fout.
  • Laat na elke regel telkens een regel open. Dat is handig voor verbeteringen en prettig voor de nakijker.
  • Vergeet niet uw naam boven het dictee te schrijven.

Nakijken en fouten tellen

U kunt het dictee op drie manieren (laten) nakijken (zorg ervoor dat de nakijkers een andere kleur pen dan de deelnemers gebruiken):

  • Elke deelnemer corrigeert zijn of haar eigen dictee.
  • Elke deelnemer corrigeert het dictee van een andere deelnemer.
  • Een jury corrigeert alle dictees.

De laatstgenoemde optie levert waarschijnlijk de betrouwbaarste foutentelling op, maar kost ook de meeste tijd. Met het nakijken van driehonderd woorden is een jurylid algauw tien minuten bezig. Bij de eerste twee opties is het aan te raden dat de jury de best gemaakte dictees nog eens nakijkt – bijvoorbeeld de beste vijf als er drie prijzen te verdelen zijn. Ook als de jury zelf alle dictees nakijkt, is het aan te raden dat een extra jurylid de best gemaakte dictees nog eens nakijkt.

Als fouten tellen:

  • spelfouten als onmiddelijk (een l ontbreekt), hij word (dt-fout) en het leidt geen twijfel (moet zijn: lijdt)
  • het onjuiste gebruik van koppeltekens of het ontbreken ervan (let op: een extra streepje tussen delen van een samenstelling is in een dictee niet toegestaan)
  • los of juist aan elkaar schrijven waar dat niet moet
  • verkeerd gebruik van accenten, apostrofs en trema’s
  • kleine letters waar hoofdletters moeten staan en andersom

Leestekens (komma, punt, aanhalingstekens e.d.) tellen niet mee.

Voor het tellen van fouten bestaan verschillende mogelijkheden. Laat de deelnemers van tevoren weten welke telling u hanteert.

Aandachtspunten bij de foutentelling:

  • Kies voor ofwel maximaal één fout per woord ofwel maximaal twee fouten per woord ofwel maximaal drie fouten per woord. In het eerste geval wordt bijvoorbeeld manneûvere als één fout geteld (het woord manoeuvre is niet goed gespeld), in het tweede geval als twee fouten en in het derde geval als drie fouten (er staat een n te veel, er ontbreekt een o, het accent circonflexe moet weg). Reken de vierde fout (een e te veel) niet mee. Denk ook enigszins mee met de deelnemer aan het dictee. Als iemand bijvoorbeeld kadootje schrijft in plaats van cadeautje, ligt het voor de hand dat als één fout te tellen: het woord wordt ‘op z’n Nederlands’ geschreven in plaats van ‘op z’n Frans’ (en dat mag officieel niet). In het algemeen adviseren we dicteejury’s niet te streng te zijn bij de foutentelling: tel niet elke verkeerd geschreven letter of lettercombinatie als een aparte fout.
    Bij de meeste dictees wordt overigens gekozen voor maximaal één of maximaal twee fouten per woord.
  • Reken één type fout binnen een woord of vaste combinatie maar één keer. Zo telt twee-en-een-half in plaats van twee en een half (drie streepjes in plaats van drie spaties) als één fout; evenzo is coute que coute in plaats van coûte que coûte één fout.
  • Tel een onjuist geschreven woord dat meerdere keren in het dictee voorkomt, slechts eenmaal als fout. Vergelijkbare fouten kunnen wel apart worden geteld. Als bijvoorbeeld twee en een half en drie en een half allebei in het dictee voorkomen, kunnen twee-en-een-half en drie-en-een-half elk als een fout worden geteld.
  • Als iemand een woord is vergeten op te schrijven, reken dan één fout of ga uit van het maximale aantal fouten dat iemand in dat woord redelijkerwijs zou kunnen maken.
  • Eigennamen (bijvoorbeeld namen van personen en aardrijkskundige namen) tellen mee als ze in de bovengenoemde naslagwerken staan of als de juiste schrijfwijze daaruit af te leiden valt. Zo kan uit het woord Zuidoost-Aziatisch in Van Dale én uit de regels in de Leidraad worden afgeleid dat ook Noordoost-Gronings, Zuidwest-Australië en Oost-Zuid-Afrika de juiste spellingen zijn. Bij andere eigennamen worden bij voorkeur geen fouten gerekend – tenzij het gaat om eigennamen die bij de dicteedeelnemers bekend mogen worden verondersteld, zoals de naam van de organisatie waar ze werken.

Voorleesaanwijzingen

  • Lees eerst het hele dictee voor, inclusief de titel. Werk vervolgens zin voor zin: lees elke zin eerst in zijn geheel, dan in behapbare stukken van ruwweg vier tot zeven woorden (elk stuk twee keer), en dan nogmaals de zin helemaal. Ga bij het voorlezen in stukken verder met het volgende stukje als u merkt dat de meeste mensen uitgeschreven zijn. Lees ten slotte, na de laatste zin, nog eenmaal het hele dictee voor.
  • Houd een rustig verteltempo aan en spreek op een natuurlijke manier. Zo wordt in zielenpiet en pannenkoek de tussen-n niet uitgesproken. Verraad in het algemeen de spelling van een woord niet door overdreven duidelijk of geforceerd te articuleren.
  • Noem bij het in stukken voorlezen de leestekens op zinsniveau, zoals punten, komma’s, aanhalingstekens, dubbele punten en vraagtekens (maar niet de streepjes en apostrofs binnen woorden).

Een dictee (laten) schrijven

Bedenkt u zelf een dictee? Maak het dan niet te lang. Een goede richtlijn is 220 tot 250 woorden. Houd er rekening mee dat niet alleen het voorlezen en schrijven tijd kost, maar ook het nakijken. Het is het prettigst als het dictee gelijkmatig in zinnen van grofweg 20 tot 35 woorden verdeeld is.

U kunt ook een dictee bij ons kopen, met een thema naar wens: een dictee dat wij al geschreven hebben, of een dictee dat we toespitsen op uw gezelschap. Als u wilt, kunnen we daar een toelichting bij de juiste spelling bij verzorgen.