Wat is het verschil tussen de idee en het idee?
 

In het dagelijkse taalgebruik is het idee verreweg het gebruikelijkst. Bijvoorbeeld in ‘Dat is een goed idee!’ en ‘Ik heb het idee dat ze goed weet wat ze doet.’ De idee komt veel minder vaak voor. Je ziet de idee eigenlijk alleen in filosofische, sociologische of godsdienstige teksten. Bijvoorbeeld: ‘De idee van God als Schepper is al eeuwen oud’ en ‘Wat blijft er over van de idee van de maakbare samenleving?’

Het idee: ‘mening’, ‘plan’

Het idee betekent onder andere ‘opvatting, mening’ en ‘gedachte, inval, plan’. Deze betekenissen heeft idee in de praktijk meestal. Voorbeelden:

  • Naar mijn idee gaat het best goed.
  • Het was een goed idee om dit jaar naar Spanje te gaan.
  • Dat idee van haar is briljant.
  • Het idee achter de WIA is dat iedereen kan werken.

De idee: ‘filosofisch inzicht’

De idee betekent ‘filosofisch, godsdienstig of sociologisch denkbeeld, inzicht of principe’. Voorbeelden:

  • De filosoof Kant heeft de idee uitgewerkt dat subjectiviteit de basis is van objectieve kennis.
  • Ik ben een aanhanger van de idee dat dé werkelijkheid niet bestaat.
  • De idee van een goddelijk ‘moreel eindoordeel’ over de levenswandel van een overledene, is wijdverbreid.

Overigens komt ook het idee weleens voor als filosofisch begrip. Bovendien komt de idee geregeld voor als er ‘mening’ of ‘plan’ bedoeld is. In de praktijk lopen de idee en het idee dus nogal door elkaar. De woordenboeken maken het onderscheid tussen het idee en de idee echter nog steeds.