Waar komt de uitdrukking de breeveertien op gaan vandaan?

 

De breeveertien op gaan betekent 'het verkeerde pad op gaan', 'moreel in verval raken'.

De Breeveertien was een grote zandbank die voor de Nederlandse kust lag. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt: “Deze onderzeese 'hoogvlakte' had de vorm van een elleboog, waarvan de onderarm loodrecht op de kust stond en die op enkele plaatsen tussen Scheveningen en Zandvoort de kust bereikte; de bovenarm liep evenwijdig aan de kust en eindigde ter hoogte van Texel. In de loop van de negentiende eeuw verdween het hoogteverschil tussen de zandbank en de rest van de zeebodem. Als zandbank bestaat de Breeveertien dus niet meer.” Tegenwoordig is de Breeveertien een soort uitgestrekte vlakte, die zich van Noordwijk in noordoostelijke richting uitstrekt tot Callantsoog. De Breeveertien dankt zijn naam aan het feit dat het water er veertien vadem (ongeveer 26 meter) diep was.

De uitdrukking de breeveertien op gaan betekende aanvankelijk 'uitvaren' (vermoedelijk omdat veel schepen de Breeveertien passeerden), en kreeg later de figuurlijke betekenis 'met de noorderzon vertrekken', 'ervandoor zijn'. Nog weer later ontstond de figuurlijke betekenis 'moreel te gronde gaan, een zedenloos leven leiden', wat dan vooral werd gezegd van meisjes die aan lagerwal raakten. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal en het spreekwoordenboek van F.A. Stoett leggen een verband met de brede weg, een uitdrukking uit de Bijbel die staat voor de gemakkelijke weg naar het zedelijk verval (zie Matteüs 7:13). Daartegenover stond 'het smalle, moeilijke pad van de deugd'.