Wat betekent de breeveertien op gaan en waar komt deze uitdrukking vandaan?

De breeveertien op gaan betekent ‘het verkeerde pad op gaan’, ‘moreel in verval raken’.

De Breeveertien was een grote zandbank die voor de Nederlandse kust lag. Hij dankte zijn naam aan het feit dat het water er veertien vadem (ongeveer 26 meter) diep was.

In de de zeventiende en achttiende eeuw werd de Breeveertien overal omringd door een lager gelegen zeebodem. Hij had de vorm van een elleboog. De onderarm stond loodrecht op de kust en bereikte op enkele plaatsen tussen Scheveningen en Zandvoort de kust ook. De bovenarm liep evenwijdig aan de kust omhoog en eindigde ter hoogte van Texel. In de loop van de negentiende eeuw verdween het hoogteverschil tussen deze elleboog en de rest van de zeebodem. De Breeveertien bestaat sindsdien in feite dus niet meer als zandbank.

De uitdrukking de breeveertien op gaan betekende aanvankelijk ‘uitvaren’. Waarschijnlijk kreeg de uitdrukking die betekenis omdat veel schepen nu eenmaal de Breeveertien moesten passeren. Later werd de betekenis ‘met de noorderzon vertrekken’, ‘ervandoor zijn’. Nog weer later ontstond de betekenis ‘moreel te gronde gaan, een losbandig leven leiden’. Dat werd dan vooral gezegd van meisjes die aan lagerwal raakten.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal en het spreekwoordenboek van F.A. Stoett leggen een verband met de brede weg, een uitdrukking uit de Bijbel die staat voor de gemakkelijke weg naar het zedelijk verval (zie Matteüs 7:13). Daartegenover stond ‘het smalle, moeilijke pad van de deugd’.