Wanneer gebruik je dan en wanneer als?

1. Gebruik dan:

  • na een vergrotende trap: groter dan, meer dan, beter dan;
  • na ander, andere of anders:
    • Anders dan mijn zus hou ik erg van katten.
    • Documenten worden soms op een andere plek opgeslagen dan u gewend bent.
    • Het is een ander verhaal dan ik eerst dacht.

2. Gebruik als:

  • bij vergelijkingen met (net) zo ... en even ...:
    • Donna is even oud als Amber.
    • Donna is net zo oud als Amber.
    • Suriname is vier keer zo groot als Nederland.

Deze regels worden in de spreektaal lang niet altijd toegepast; in sommige delen van Nederland is groter als zelfs duidelijk het gewoonst. Toch zijn de meeste taalgebruikers het erover eens dat groter dan het 'netst' is.

Veel mensen hebben het ezelsbruggetje geleerd dat dan gebruikt wordt bij ongelijkheid, en als bij gelijkheid. Dat klopt meestal wel, maar dit ezelsbruggetje kan leiden tot fouten als 'Suriname is vier keer zo groot dan Nederland', omdat het daar immers om een ongelijkheid gaat. In deze zin leidt het gebruik van zo echter tot als.