1. ‘Wat een grappig verhaal’, lacht/zucht/grinnikt hij.
2. ‘Dat lijkt me logisch’, snapt/begrijpt/bedenkt hij.

Wat is er aan de hand met de werkwoorden in beide zinnen? En waarom klinken de werkwoorden in zin 1 beter dan die in zin 2?

In een artikel in Onze Taal (oktober 1991) over sportjournalistiek zijn deze werkwoorden ‘citaatuitluiders’ genoemd. De auteur van het artikel, Rik Jellema, omschreef het als volgt: “Men citeert de woorden van een persoon uit de sportwereld en laat deze volgen door een werkwoord dat het citaat uitluidt maar dat slechts in geringe mate, en soms zelfs helemaal niet ‘citatief’ van karakter is. Nog enigszins ‘citatief’ zijn werkwoorden die met veel fantasie als synoniemen van ‘zeggen’ of ‘verklaren’ kunnen worden beschouwd. Bijvoorbeeld: ‘Roda heeft onze fouten professioneel afgestraft’, mokte de voormalige bondscoach.”

Blijkbaar accepteren we zulke citaatuitluiders dus gemakkelijker naarmate ze beter herkenbaar zijn als synoniemen van zeggen of verklaren. Wellicht klinken de citaatuitluiders in zin 1 ons beter in de oren omdat lachen, zuchten en grinniken met geluid gepaard gaan, net als zeggen. Snappen, begrijpen en bedenken zijn handelingen die zich eigenlijk alleen in iemands hoofd afspelen; deze werkwoorden zijn dus minder geschikt als synoniemen van zeggen.

Nog een paar mooie voorbeelden van citaatuitluiders uit het artikel van Rik Jellema:

  • ‘Maar wie geen goede EK rijdt, rijdt ook geen goede WK’, haalde hij een oude wijsheid van stal.
  • ‘Het was een combinatie van vier stoten’, genoot de nieuwe wereldkampioen na van zijn unieke uitschakeling van knock-outspecialist Tyson.
  • ‘Dat is de enige beslissing die je kunt nemen’, dacht Cruyff met zijn bestuur mee.