Is het waar dat alsmaar minder juist is dan almaar?

 

Nee, almaar en alsmaar worden tegenwoordig allebei als juist gezien. Wel vinden sommige taalgebruikers almaar verzorgder dan alsmaar.

Dat laatste wordt niet ondersteund door de woordenboeken. Van Dale (2005) vermeldt bij almaar de betekenis 'voortdurend'. Bij alsmaar staat: “steeds, voortdurend, almaar; ik was doodmoe, maar ze leuterde alsmaar door”. Er wordt geen opmerking gemaakt over wat de beste vorm zou zijn. Het Groene Boekje ziet almaar en alsmaar als gelijkwaardige varianten, net als het Witte Boekje.

In het dagelijks taalgebruik is alsmaar veel gewoner dan almaar. De woordgroep alsmaar beter komt op internet bijna tien keer zo vaak voor als almaar beter.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt: “al maar. Soms nog versterkt door een volgend bijwoord: al maar door, al maar voort, in het Zuiden: al maar toe”. In een aanvulling van het WNT staat een citaat uit het Algemeen Handelsblad van 16 november 1932 met alsmaar: “De rondentellers (bij een zesdaagschen wielerwedstrijd) zetten alsmaar streepjes (...).” Als maar is volgens het WNT wel “spreektaal en gemeenzaame stijl voor al maar”. Dit oordeel (alsmaar is informeel en past niet in verzorgd taalgebruik) leeft bij sommige taalgebruikers nog steeds, maar zij zijn inmiddels in de minderheid.

Nicoline van der Sijs vermeldt in haar Chronologisch Woordenboek (2001) dat almaar in 1906 voor het eerst op schrift is gebruikt. Alsmaar is in een bron uit 1928 voor het eerst op schrift aangetroffen en is volgens haar Jiddisch. In het boekje Resten van een taal van H. Beem (1967) staat dat als in het Jiddisch in de betekenis 'telkens' werd gebruikt. Het komt in deze betekenis van het Middelhoogduitse alleß en is volgens Beem “overgegaan in de Nederlandse volkstaal: als maar”. Alsmaar is dus niet almaar met een extra s, maar heeft volgens Beem en Van der Sijs een eigen herkomst.