Kun je spreken van de afkeur als je de afkeer bedoelt?

De afkeur is geen gangbaar zelfstandig naamwoord. Het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt de afkeur wel, maar noemt het “dichterlijke stijl”.

Afkeur komt wel voor als persoonsvorm, als werkwoordsvorm van het werkwoord afkeuren. Bijvoorbeeld: 'Ze heeft een houding die ik afkeur'.

Gebruikelijk zijn afkeer en afkeuring:

  • Hij heeft een afkeer van grove taal.
  • Rauwe groenten konden steevast op haar afkeuring rekenen.

Opvallend is wel dat voorkeur heel gewoon is: 'Zij heeft een voorkeur voor rauwe groenten.' 

Afkeur komt wél voor in de autobranche in de betekenis 'het afkeuren van auto's', bijvoorbeeld in de combinatie apk-afkeur