Print deze pagina

Chagrijnig / sacherijnig

Wat is juist: chagrijnig of sacherijnig?

Het is allebei juist. Zowel het Groene Boekje, het Witte Boekje (2011) als Van Dale (2005) vermeldt beide schrijfwijzen. Van Dale vermeldt wel dat sacherijnig 'volkstaal' is.

Chagrijn is eeuwen geleden geleend uit het Frans (chagrin). Van Dale (2005) vermeldt bij chagrijnig als betekenis 'ontevreden, korzelig, wrevelig, zuur'. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) beschrijft het zo: "Zich steeds gedragend als iemand, die iets heeft wat hem hindert, te weten eene klagende, afgunstige, soms tergende onvriendelijkheid aan den dag leggend (...)."

Je kunt iemand ook een stuk chagrijn noemen; een stuk sacherijn is ook mogelijk, maar is volgens Van Dale weer 'volkstaal'. Het Witte Boekje vermeldt bovendien het werkwoord chagrijnen/sacherijnen ('Zit toch niet zo te chagrijnen!'), maar Van Dale en het Groene Boekje vermelden dat niet.

Het Groene Boekje neemt overigens nog een ander chagrijn op, met daarachter de opmerking "stofnaam", en chagrijnen, met daarachter de opmerking "van chagrijnleer". Chagrijn is ook een verouderde benaming voor een bepaald soort leer. Van Dale geeft als spellingvariant segrijn. Dit chagrijn/segrijn gaat terug op het Turkse woord sagri ('staartstuk, achterste'); het gaat om leer van het achterstuk van een dierenhuid.

Trefwoorden

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender