In een oud boek las ik een feestmaal aanrechten. Wat betekent aanrechten hier?

Aanrechten betekent hetzelfde als aanrichten. Een feestmaal aanrichten/aanrechten betekent ‘een feestmaal klaarmaken/organiseren’. Een feestmaal aanrechten is inmiddels verouderd.

Germanisme?

Tot in de jaren tachtig kon je nog weleens het bezwaar horen dat een feestmaal aanrichten een germanisme zou zijn, een te letterlijke vertaling van het Duitse anrichten. In het Nederlands heeft aanrichten vaak een ongunstige betekenis, zoals in schade aanrichten en een bloedbad aanrichten. Daarom vond men dat je aanrichten niet kon gebruiken in combinatie met feestmaal, maaltijd, feest, enz. Het advies was: kies voor een feestmaal  aanrechten. Tegenwoordig is een feestmaal aanrichten echter veel gebruikelijker.

Aanrechten en aanrichten kwamen al in de Middeleeuwen voor in het Nederlands. Deze werkwoorden konden toen allebei ‘opdienen, eten klaarmaken’ betekenen én ‘veroorzaken, teweegbrengen’. Aanrechten en aanrecht ging men vooral in verband brengen met het klaarmaken van voedsel. (Aanrecht in de betekenis ‘keukenblok’ is van aanrechten afgeleid.) Daarnaast ging men aanrichten gebruiken voor het veroorzaken van iets noodlottigs. In een feestmaal aanrichten kwam aanrichten toch weer terug in de betekenis ‘klaarmaken, organiseren’, wellicht onder invloed van het Duits. Het werkwoord aanrechten is in de vergetelheid geraakt.