ubiquiteit
alomtegenwoordigheid
Citaat
“De werkelijkheid dringt zich op met een nietsontziende ubiquiteit. (…) De wereld staat in brand, niet meer alleen in een ver-van-ons-bed-regenwoud, maar nu ook uitgerekend op de plek waar we ons het veiligst waanden (…): het paradijs dat onze vakantiebestemming was.”
(Bron: De wereld staat in brand, op de plek waar we ons het veiligst waanden: onze vakantiebestemming – Kris Peeters, De Standaard, 30 juli 2026)
Betekenis
alomtegenwoordigheid, (het) overal aanwezig zijn
Uitspraak
uu-bie-kwie-teit
Woordfeit
Ubiquiteit betekent ‘alomtegenwoordigheid’: de omstandigheid dat iets of iemand op één moment op meerdere – of zelfs alle – plekken tegelijk aanwezig is. Het is een begrip dat onder meer in de theologie voorkomt en dan gerelateerd is aan het Opperwezen: God is alomtegenwoordig, oftewel omnipresent, oftewel ubiquitair.
Het woord ubiquiteit is een vernederlandsing van het Franse ubiquité, dat op zijn beurt van het Latijnse ubiquitas komt. Dat is een afleiding van ubique, dat ‘overal’ betekent. Daarin is het woord ubi voor ‘waar’ te herkennen. Met -que wordt het betekenisaspect ‘(…) dan ook, om het even (…)’ uitgedrukt: ubique is dus eigenlijk ‘waar dan ook, om het even waar’ – en dus ‘overal’.
Kenners van het Latijn zullen datzelfde -que ook kennen uit bijvoorbeeld het woord quisque: quis betekent ‘wie’, en quisque is ‘wie dan ook, om het even wie’, oftewel ‘iedereen, eenieder’. Er is ook een achtervoegsel -que dat ‘en’ betekent, zoals in de zinsnede Senatus Populusque Romanus (afgekort SPQR): ‘de Senaat en het volk van Rome’.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!