abominabel
ontzettend slecht, afschuwelijk, belabberd
Citaat
“‘Ik heb een abominabele toestand aangetroffen toen ik vorig jaar minister werd’, zegt minister Verlinden in VRT NWS De Ochtend (…). ‘Het is helaas niet alleen zo in de gevangenis in Mechelen, maar ook op andere plekken in ons land.’"
(Bron: Minister Verlinden erkent dramatische toestand gevangenissen: “Maar als we niets gedaan hadden, was het nog erger” – Stefan Grommen, VRT, 15 oktober 2026)
Betekenis
ontzettend slecht, afschuwelijk, belabberd
Uitspraak
a-bo-mie-na-buhl
Woordfeit
Abominabel komt al sinds de veertiende eeuw voor. Het komt via het Frans van het Latijnse abominabilis, dat ook ‘afschuwelijk, verfoeilijk’ betekent. Dit is een afleiding van abominare of abominari, ‘verafschuwen, verwensen’, of iets letterlijker: ‘wegwensen, wensen dat iets er niet was’. Het eerste deel daarvan, het voorvoegsel ab-, is te vergelijken met het Nederlandse ont- of weg-.
De iets positievere tegenhanger ominari, zonder ab- dus, betekent ‘voorspellen’ of ‘toewensen’. Dit werkwoord is in het Latijn afgeleid van omen, ‘voorteken’, dat we ook in het Nederlands, Duits en Engels nog kennen. Door een horrorfilm als The Omen heeft omen voor sommige mensen een negatieve bijklank (‘slecht voorteken’), maar in oorsprong is het een neutraal woord.
Omen komt ook voor in de uitdrukking nomen est omen: ‘de/een naam is een voorteken’. Hiermee wordt bedoeld dat een naam vaak een voorspellende betekenis heeft, dus dat je naam iets zegt over je (levens)lot. Ook het woord omineus (‘voorspellend, onheilspellend’) is afgeleid van omen.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!