Wat betekent ‘Dat kan niet door de beugel’ en waar komt deze uitdrukking vandaan?
‘Dat kan niet door de beugel’ betekent ‘dat mag niet, dat zijn verkeerde praktijken’. Bijvoorbeeld: ‘Het verhoren van minderjarige verdachten zonder advocaat kan niet door de beugel.’
Het is niet duidelijk waar deze uitdrukking vandaan komt. Wel zien alle spreekwoordenboeken een verband met ijzeren beugels. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt nog drie andere uitdrukkingen met beugel:
- iemand door den beugel (of: door de beugels) jagen (‘iemand plagen, dwingen tot iets onaangenaams’);
- iets wil (niet) door den beugel (‘iets lukt niet’);
- iets mag (niet) door den beugel (‘iets kan er (niet) mee door, iets kan (niet) geduld worden’).
Het WNT merkt op dat door de beugel kunnen voorkomt in oude stadskeuren (gemeenteverordeningen), waarin bepalingen staan als “niet groter (honden) te houden, dan die doer den boghel moghen”. Kennelijk mochten er vroeger binnen de stadsmuren alleen honden worden gehouden die door een beugel pasten – kleine honden dus. Volgens het WNT en de andere (spreek)woordenboeken is het mogelijk dat deze meetmethode ten oorsprong ligt aan alle genoemde uitdrukkingen met beugel, dus ook aan door de beugel kunnen.
Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN, 2003) geeft nog een andere herkomst. De uitdrukking kan ook ontleend zijn aan een spel dat bogelen of bogelslaen genoemd werd. Het EWN geeft een citaat uit 1540: “Ghy moet duer den buegele, u macht es tegen ons te clene” (‘u moet (de bal) door de beugel jagen; u zult het van ons verliezen’).
Als een bal ongunstig ligt ten opzichte van een beugel, kun je hem daar niet in één keer doorheen slaan. Het is mogelijk dat niet door de beugel kunnen daardoor in de loop van de tijd een uitdrukking is geworden voor ‘er niet mee door kunnen’.
Het beugelspel wordt trouwens nog steeds gespeeld, aldus de Wikipedia.
Meer lezen?
- F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925)
- Carolus Tuinman, De oorsprong en uitlegging van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden, opgeheldert tot grondig verstand der vaderlandsche moedertaal. Deel I (1726)
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!