Wat betekent ‘Er is een tijd van komen en een tijd van gaan’ en waar komt dit spreekwoord vandaan?
‘Er is een tijd van komen en (er is) een tijd van gaan’ betekent: ‘aan alles komt een einde’, ‘alles stopt uiteindelijk’. Je kunt dit spreekwoord op een beschouwende, filosofische manier gebruiken, zoals bij het afscheid van een collega. Maar je kunt het ook (vaak een beetje voor de grap) zeggen als je na een bezoek weer opstapt - of om het bezoek een hint te geven dat het tijd wordt om te vertrekken.
Herkomst: de Bijbel
Dit spreekwoord wordt vaak verbonden met het bijbelboek Prediker. Het staat er niet letterlijk in, maar het is precies in de geest van deze passage (tekst uit de Nieuwe Bijbelvertaling):
Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen. (...)
Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (1997) heeft ‘Er is een tijd van komen en een tijd van gaan’ zijn grote bekendheid te danken aan het gedicht ‘Komen en gaan’ van de negentiende-eeuwse dichter P.A. de Genestet. Dat gedicht begint met: “Daar is een tijd van komen, / Daar is een tijd van gaan”. Het Groot Uitdrukkingenboek vervolgt met: “Nog altijd populair is de onderbroekenlollige variant: ‘D’r is ’n tiet van komm’n en ’n tiet van goan.’ Deze is ontleend aan de mop waarin een plat pratende boer bij aankomst op een feest in de ene en bij vertrek in de andere borst van de gastvrouw knijpt; op haar vraag waarom hij dat doet, geeft hij bovengenoemd antwoord.”
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!