Page 33 - OnzeTaal_sept2021
P. 33
ONTLEEDMYSTERIES
Wie ontleden heeft geleerd, denkt misschien dat elke zin p 12 augustus overleed schrijver en dichter
zich daarvoor leent. Maar nog niet alle raadsels zijn opgelost.
K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter.
O Taal speelde in zijn werk een belangrijke rol. Het
Het grootste onlangs verschenen Nu je het zegt is zijn autobiografie van
de taal, in Zilah (2003) werd het titelpersonage eigenaar van
ontleedmysterie de Neder landse taal en in zijn gedichten speelt hij ermee:
“Een woord spellen naar zijn betekenis, dus scheel: scehel,
enz.” (Verplaatste tafels, 1969).
Onze Taal-columnist Ronald Snijders maakte dit voor -
it is misschien wel het grootste ontleed- jaar de mooie podcastdocumentaire DOCS - Leven volgens
mysterie van allemaal. Het verdeelt zelfs K. Schippers. We vroegen hem een kleine hommage te
D taalkundigen tot op het bot, en de school- schrijven op de plek waar normaal gesproken zijn column
boeken doen er angstvallig het zwijgen toe. Ik heb ‘Tekstsnijders’ staat.
dertien jaar geleden in een discussiegroep voor lera-
ren Nederlands de kwestie een keer aangekaart, en
dat had een discussie tot gevolg die uitgeprint 75
pagina’s tekst in beslag nam. Ik heb het over de Bij de verdwijning
ontleding van een simpel zinnetje als ‘Ik ben aan het
werken.’ Is ben aan het werken nu een naamwoorde-
lijk of een werkwoordelijk gezegde? van K. Schippers
Naamwoordelijke gezegdes zeggen wat je bent
(‘Ik ben schrijver’) en werkwoordelijke gezegdes wat
je doet (‘Ik heb iets geschreven’). Van daaruit zou Voor wie er oog voor heeft is er overal spektakel
je kunnen stellen dat ‘Ik ben aan het werken’ een Het variété speelt zich af op iedere hoek van de straat
werkwoordelijk gezegde bevat. Als je aan het werken En in onvermoede uithoeken van je geest
bent, dan doe je iets, dat is zeker. Toch zijn er ook Maken herinneringen zich op
argumenten voor de andere ontleding. Zo kun je het Om weer in stelling gebracht te kunnen worden
werkwoord zijn vervangen door blijven, lijken, blijken Tijd en ruimte kun je opheffen
en schijnen, waarin u misschien het rijtje koppel- Je bepaalt zelf wel hoe het leven moet zijn
werkwoorden herkent. Bovendien komt aan het wer- Er is weinig voor nodig
ken op hetzelfde neer als aan het werk, aan de arbeid, Hoe een stoel in de kamer staat
of zelfs bezig. En in ‘Ik ben bezig’ heb je zeker een In de dode hoek van de werkelijkheid
naamwoordelijk gezegde. Bezig zegt iets over wat je Daar begint de poëzie
bent, de toestand waarin je verkeert. Je weet niet beter
Schoolboeken kiezen eenvoudigheidshalve voor Denk je aan de stoel, zie je de kamer
het werkwoordelijk gezegde, maar dat levert het Je kunt de stoel wel uit de kamer halen
probleem op dat je de twee losse woordjes aan en Maar je haalt de kamer niet uit de stoel
het tot het gezegde moet rekenen, waar geen enkele Of misschien toch wel?
verklaring voor bestaat. Voorzetsels als aan en lid- Als je de vanzelfsprekendheid niet meer vanzelf laat spreken
woorden als het en de komen eerder voor bij naam- Is ineens van alles mogelijk
woordelijke gezegdes, zoals in de war zijn of door het In een niet aflatende verwondering over het alledaagse
dolle heen zijn. Romans, gedachten, gedichten, essays, kunstbespiegelingen
Toch zijn er ook problemen met de analyse als Steeds vaker een mengvorm daarvan
naamwoordelijk gezegde. Wat moet je bijvoorbeeld Hij voelde zich tegenover een enorme overvloed geplaatst
met ‘Ik ben een stukje aan het schrijven’? Wat is ‘Ik kan maar een stipje laten zien’
een stukje? Dat lijkt toch verdacht veel op een lijdend In een voortdurend pleidooi voor het geringste
voorwerp, en naamwoordelijke gezegdes hebben Onophoudelijk nieuwsgierig
geen lijdend voorwerp. Anderzijds: als het een Wie met hem in aanraking kwam maakte het als vanzelf mee
lijdend voorwerp zou zijn, dan zou je er een lijdende ‘Nou wat een toeval’
vorm mee kunnen maken – en dat lukt hier niet: ‘Een mooie samenloop van omstandigheden, vind je niet’
‘Een stukje wordt door mij aan het schrijven ge- ‘Kijk nou eens, dit krijgen we nu gewoon cadeau’
weest.’ Dus is het wel een lijdend voorwerp? Het zat in zijn wezen, en het zit in zijn werk
Patstelling dus. Er lijkt zich bovendien een eigen- Het leven is een spel
aardige waterscheiding tussen Nederlandse en We zitten in een doorlopende voorstelling
Vlaamse grammatici af te tekenen. De eersten kiezen Stel je toch eens voor
dan voor het naamwoordelijk gezegde, de tweede Nou lijkt het net alsof
groep voor het werkwoordelijk gezegde, en zij heb- Dit is toch wel het toppunt
ben de schoolboekuitgevers aan hun zijde. Misschien
dat een tiendaagse veldtocht helpt, maar tot die tijd K. Schippers blijft
blijft het een ontleedmysterie. Gerard is vertrokken
Het missen ONZE TAAL 2021 — 9
Begonnen
PETER-ARNO COPPEN Wij blijven achter met een overvloed
RONALD SNIJDERS
33

