19 mei 2009

Romantisch zwijmelen op de bank: het nieuwe seizoen van Boer zoekt vrouw is zondagavond begonnen. Yvon Jaspers rijdt de komende maanden kriskras door Nederland, op zoek naar de ideale boerin voor tien boeren. Maar dames, vergis u niet: het boerenleven is niet alleen romantiek, en dat zie je aan de taal.

Zo denk je bij het woord boer onwillekeurig ook aan de boer die je kunt laten, al is die overeenkomst toevallig. En de gedachte aan onbeschaafde lieden dringt zich - al dan niet terecht - snel op: lomp gedrag heet misschien wel niet voor niets boers.

Onderontwikkeld

Van oudsher staat burger tegenover boer, stad tegenover land. Zo is het woord boer zelfs vanuit een oostelijk dialect in de (vooral westelijke) standaardtaal terechtgekomen: stadsbewoners zijn ooit deze oudere vorm van buur gaan gebruiken voor agrariërs, 'boertjes van buut'n'. Arrogant gezegd is een boer een 'onderontwikkelde' buur.

Toch staan er in het Boerenwoordenboek, waarin honderden woorden met boer en boerin beschreven worden, feitelijk maar weinig negatieve 'boerenwoorden': boerenbedrog, boerenhumor en boerenlucht, en dat is het wel zo'n beetje - scheldwoorden als boerenlul daargelaten.

Boerenverstand

Veel meer woorden zijn neutraal, zoals boerenbont, boerenkaas of boerenleenbank, of zelfs positief. Zo zouden veel stedelingen best wat boerenverstand kunnen gebruiken: gezond verstand, nuchter redeneren. Of boerenfatsoen: basisfatsoen dat iedereen zou moeten hebben. En een boerenwijsheid, daar is vaak geen speld tussen te krijgen.

De boer is als verkoper van zijn producten zelfs een rolmodel voor heel handelend Nederland geworden. Iedereen kent de groenteboer en de visboer, en vroeger had je ook de kolenboer en de sigarenboer.

Zorgboer

Tegenwoordig zijn er naast de glasboer en de ijsboer zelfs de computerboer en de stroomboer, en er is een nieuwe boer in opkomst: de zorgboer. Dat is iemand die, op een zogeheten zorgboerderij, bijvoorbeeld gehandicapten of psychiatrisch patiënten een daginvulling geeft.

En het leven van de keuterboer van vroeger is tegenwoordig het romantische ideaal van de hobbyboer. Je tot luxe woonhuis verbouwde boerderij is dan een boerderette.

Maar die moderne romantiek strookt vaak niet met de praktijk. Veel échte boeren zijn nog steeds zwijgzame harde werkers, die vergroeid zijn met hun land, stal of kas. In de dagelijkse werkelijkheid houdt de plattelandsidylle van de boerin in spe uiteindelijk vaak geen stand.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal