12 januari 2010

Nederlanders kennen zo'n dertig woorden voor sneeuw. Ze beginnen bijna allemaal met een k en ze zijn stuk voor stuk niet geschikt voor publicatie. Maar gelukkig hebben we ook nog andere winterwoorden.

Eskimo's hebben wel honderd woorden voor 'sneeuw'. Dat is een veelgehoorde stelling, die volgens taalkundigen veel te stellig is. De vraag hoeveel sneeuwwoorden de eskimo's kennen is volgens hen niet te beantwoorden - al is het alleen maar omdat er verschillende eskimotalen zijn.

Wat wél een feit is, is dat eskimo's heel veel woorden hebben die op de een of andere manier met sneeuw te maken hebben. Want voor dingen die belangrijk zijn in je leven, heb je veel woorden nodig. Wie koeien houdt, gebruikt veel koeienwoorden, en in het Albanese woordenboek schijnen 27 woorden voor evenzovele soorten snorren te staan.

Andersom komt ook voor. Als je niet weet wat gezelligheid is, heb je er ook geen woord voor, en de eskimo's hadden tot voor kort geen woord voor 'zonnebrand'. En zo zullen er ook talen zijn die geen woord voor 'sneeuw' kennen.

Wij wel. Wij hebben sneeuwwoorden in overvloed. Wij hebben pak-, plak-, stuif- en papsneeuw. En poeder-, drift-, jacht-, dwarrel-, korrel- en motsneeuw. En we kennen zelfs het mooie woord krotsneeuw, voor iets wat tussen sneeuw en hagel in zit.

Winterchaos

De afgelopen weken doken er diverse andere winterwoorden in de weerberichten op. Ten eerste was er de comeback van twee woorden die door en lange reeks kwakkelwinters in de vergetelheid waren geraakt: sneeuwjacht (sneeuw + sterke wind) en sneeuwduinen.

Daar moet je voor oppassen, als je de 'sneeuwalarms' (en daaraan voorafgaand de 'pre- en voorwaarschuwingen') mag geloven, want in de 'sneeuwspits' leiden ze al makkelijk tot 'sneeuwfiles' en 'sneeuw- of winterchaos'.

Nederland lijdt onder een 'winteroffensief', dat mensen en muizen naar binnen jaagt - daarbij gesteund door de weermannetjes en de NS, die ons blijven voorzien van 'negatieve reisadviezen'.

Zoutkaartje

Diezelfde NS verdient overigens een eervolle vermelding, en wel vanwege het 'zoutkaartje' - een goedkoop treinkaartje waarmee men automobilisten de trein in wil lokken. Waarom dat kaartje nu precies zo heet is niet helemaal duidelijk - het zal wel te maken hebben met het strooizouttekort bij de 'zoutloketten' - maar het is zonder twijfel het mooiste nieuwe woord van deze winter.

Als de koude, barre winters een trend worden, zullen we er de komende jaren nog veel nieuwe winterwoorden bij krijgen. En misschien hebben we dan op een gegeven moment wel meer woorden voor 'sneeuw' dan de eskimo's. En zij, als alle poolsneeuw gesmolten is, meer woorden voor 'zonnebrand'.

(Met dank aan Ton den Boon)


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal