Bewegwijzering en wegbewijzering betekenen allebei ‘(iets, bijvoorbeeld een route) van wegwijzers voorzien, ergens wegwijzers plaatsen’ en ‘het geheel van borden, opschriften e.d. die een route aangeven’.

Be- + wegwijzer + -en

Bewegwijzering is afgeleid van het werkwoord bewegwijzeren, dat weer is gevormd van het zelfstandig naamwoord wegwijzer. Met het voorvoegsel be- kun je van zelfstandige naamwoorden allerlei werkwoorden vormen. Bijvoorbeeld: bebossen (‘voorzien van bos, bos aanplanten’), beletteren (‘voorzien van letters, letters aanbrengen’) en bestickeren (‘voorzien van stickers, stickers plakken’).

Dit procedé is al zeer oud. Er zijn in de loop van de tijd veel werkwoorden op deze manier gevormd: beantwoorden, beïnvloeden, beklemtonen, belichamen, bevoordelen, enz. Van al deze werkwoorden is een zelfstandig naamwoord op -ing te maken: bebossing, beantwoording, belichaming, bevoordeling en dus ook bewegwijzering.

Weg + be- + wijzer + -ing

Wegbewijzering is een samenstelling van weg en bewijzering. Vergelijkbaar zijn wegbebakening en wegbeplanting. Wegbewijzering is echter veel minder gangbaar dan bewegwijzering. Het is dan ook duidelijker om uit te gaan van wegwijzer dan van wijzer. Het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt bij wijzer nog wel de betekenis ‘richtingbord’, maar deze betekenis ligt niet direct voor de hand.

Onder ‘Achtergrond’ is iets meer te vinden over de ouderdom van bewegwijzering.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail

Bewegwijzering is de oudste van de twee vormen. In de Limburger Koerier van 3 november 1904 is al sprake van “de bewegwijzering door het Rijk, de Provincie en de Gemeenten”. Vermoedelijk werd het vanaf de jaren veertig steeds gebruikelijker.

Niet iedereen was (en is) enthousiast over dit woord. In 1942 merkte een lezer van Onze Taal bijvoorbeeld op: “Bewegwijzering – Een leelijk woord! ‘Berijwielpading’, ‘bevliegvelding’? Dan ook: ‘bedieselmotoring’ van onze visschersvloot!”

Lelijk of niet, het woord raakte ingeburgerd. In 1951 schreef de Motorkampioen over de uitstekende “bewegwijzering” in Portugal. Sinds 1961 staan bewegwijzeren en bewegwijzering in Van Dale.