Naast het bijvoeglijk naamwoord zwoel bestaat ook zoel. Heeft dit dezelfde betekenis?

In de praktijk worden zoel en zwoel door elkaar gebruikt. Beide woorden kunnen zowel de betekenis 'drukkend warm, benauwd' als 'aangenaam warm, zacht voor de tijd van het jaar' hebben. De vorm zwoel komt veruit het vaakst voor van de twee.

Overigens is dit nog niet tot alle woordenboeken doorgedrongen. De meeste vinden dat zwoel alleen 'drukkend warm' kan betekenen, zoals de grote Van Dale (2005), Koenen (2006) en het Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009). Alleen het Woordenboek der Nederlandsche Taal (deel XXIX, uit 1998)) noemt bij zwoel expliciet beide betekenissen.

Verder heeft zwoel nog de betekenis 'zinnelijk, erotisch, sensueel', zoals in een zwoele blik.

Overigens is de vorm zoel ook rechtstreeks van zwoel afgeleid; het is een zogenoemde nevenvorm hiervan.