Wat is de verleden tijd van zweren: zwoer of zwoor

Dat hangt af van de betekenis van zweren. Juist zijn: 

  • Ze zwoer dat ze alles zou doen om een faillissement te voorkomen. (zweren = ‘plechtig beloven’)
  • De teennagel zwoor en deed erg pijn. (zweren = ‘etteren’)

Zweren - zwoer = ‘plechtig beloven’

Als zweren ‘plechtig beloven, een eed afleggen’ betekent, zijn de verledentijdsvormen zwoer - gezworen juist:

  • Ik zwoer dat ik de brief op tijd zou posten.
  • De edelen hadden trouw gezworen aan de koning. 

Zweren - zwoor = ‘etteren’

Zweren in de betekenis ‘etteren’ (bijvoorbeeld van een wond), heeft als verledentijdsvormen zwoor - gezworen:

  • Doordat de wond zwoor, kreeg hij koorts.
  • Mijn teen heeft gezworen en ziet er nog steeds lelijk uit.

Zweren - zweerde 

Naast de sterke vervoegingen zwoer en zwoor, komt ook de zwakke vervoeging zweerde geregeld voor: 

  • Ik zweerde dat ik de brief op tijd zou posten.
  • Doordat de wond zweerde, kreeg hij koorts.

Zweerde staat in beide betekenissen ook in de officiële woordenlijst en is daarmee dus officieel juist. Toch zijn de sterke vervoegingen voor veel mensen beter.

Oefenen?

Doe de test: lukt het je om zwoor en zwoer uit elkaar te houden? 

Meer voorbeelden

Hieronder staan meer voorbeelden met zwerenafzweren, bezweren, inzweren, samenzweren en verzweren. De officiële woordenlijst vermeldt alleen bij zweren ook de zwakke vervoegingen. 

zweren
Ze zwoer dat ze dit jaar nog een nieuwe baan zou hebben. (zweerde mag ook)
Ik heb ooit gezworen dat ik nooit meer geld zou uitlenen. (gezweerd mag ook)

zweren
De splinter in mijn vinger zwoor en deed veel pijn. (zweerde mag ook)
Als een splinter uit je vinger is gezworen, gaat de ontsteking vanzelf weg.

afzweren
Hij zwoer de drank en drugs af. 
Hij heeft de drank en drugs afgezworen. 

bezweren
Ze bezwoeren me dat ze het goed bedoeld hadden. 
Ze heeft me bezworen dat ik haar opvolger zou worden. 

inzweren
Een rechter zwoer de nieuwe president in. 
De nieuwe president is ingezworen.

samenzweren
Ze zwoeren samen om hun voorstel erdoor te kunnen drukken. 
Ze hebben al die tijd al samengezworen. 

verzweren
Het was erg pijnlijk: mijn hele teen verzwoor.
Mijn hele teen is verzworen.