Wat rijmt er op herfst?

Er rijmt vrijwel niets op herfst. Behalve herfst en naherfst zijn in de (rijm)woordenboeken helemaal geen trefwoorden te vinden die van zichzelf eindigen op -erfst. Daarom hebben dichters en tekstschrijvers door de eeuwen heen gezocht naar woorden op -erf, waar de uitgang -st achter zou kunnen.

Van Drs. P (Heinz Polzer) zijn bijvoorbeeld de volgende regels:

De buren waren grimmig, zijn ouders diep gegriefd.
En onder zijn collega’s was hij ook al niet geliefd.
De oude juffrouw Zomer, baas Voorjaar, meester Herfst.
Ze riepen driewerf schande, juffrouw Zomer het driewerfst.

Een paar eeuwen eerder, in 1729, dichtte Carolus Tuinman in ‘Rymproeve. Alles tot betoog van de rymrykheid der Nederduitsche taal‘ (het derde deel van Rymlust):

Is iets te rymen op den Herrefst?
Het meest gehakkeld is ’t gekerrefst
De regenboog is ’t schoongeverrefst.

Van Marcel Verreck is het liedje ‘De Herfst’, met daarin de regels:

In de herfst
Is alles lekker op zijn sterfst

Een variant daarvan wordt genoemd in de bundel Ik wou dat ik twee hondjes was van Vic van de Reijt:

In de herfst
Zijn de bejaarden op hun sterfst

Een erg mooie vondst van Evert van IJdic (een pseudoniem van Vic van de Reijt) is het woord Wieringerwerfst:

De kop van Noord-Holland
Een storm in de herfst
Dit was Wieringerwerf
Op zijn Wieringerwerfst

Andere mogelijkheden zijn: dikwerfst (van het ouderwetse dikwerf, dat ‘vaak’ betekent) en Stellingwerfst. En wie niet van verf houdt, kan over zichzelf zeggen:

Ík ben al anti-verf, maar mijn vriendin het anti-verfst
Wij zien het allerliefst de échte kleuren van de herfst.

Kunstgrepen

Met wat kunstgrepen is het mogelijk op nog weer andere manieren op herfst te rijmen. Zo schreef Theo Danes in 2015 op Twitter het volgende:

Een echtpaar op de Maasvlakte
Had ruzie in de herfst
Hij riep toen zij een vaas pakte
‘Pas op, dat is een erfst...

In 1990 schreef Ivo de Wijs het gedicht ‘Herfstoefeningen’, met daarin meerdere kunstgrepen: 

Het haardvuur brandde in de oude hoeve
En buiten heersten wind en koude: herfst
De boerin stond van de balkenbrij te proeven
En de boer keek door het venster naar het erf. ‘Sst...
Stil!’ zei hij, ‘stil, er komt een ezel nader
Zet gauw een kribbe in de stal, Katrijn!’
Maar zijn vrouw zei: ‘Het is pas november, vader’
‘Inderdaad,’ zei hij, ‘het zal een schimmel zijn

Een kampvuur brandde in de oude bouwval
En buiten heersten kou en winden: herfst
De studente sprak: ‘Ik denk maar dat ik flauwval
Want ik leer die rijtjes nooit: zwerf-zwerver-zwerfst
Bij toeval kwam haar mentor (talenstudie)
Voorbijgefietst, hij zei op z’n ad remst:
‘Neem de tijd, kind, het is pas november, Trudy’
‘Dankuwel,’ zei zij, ‘en straks is het novembst’

De primus brandde in de oude molen
En buiten heersten koude winden: herfst
De schavuit zei: ‘Ha, ik zit hier goed verscholen
Al heb ik dan nog zoveel op mijn kerfst...
Nog vóór hij het woord kerfstok kon lanceren
Schoot honderd man politie op hem toe
Spottend sprak hij: ‘Het is pas november, heren
Dus met vuurwerk bent u werkelijk te vroe’

En al in 1961 dichtte Eli Asser puntig:

’t Is herfst
Ik sterf...st!