Kun je zeggen: 'De minister ging vergezeld van haar zoon en dochter'?

 

Nee. Vergezeld gaan van (of met) heeft de betekenis 'gepaard gaan met, samengaan met', en dat kun je niet van personen zeggen. Wel juist is: 'De minister werd vergezeld door haar zoon en dochter.'

In de volgende zinnen is vergezeld gaan van/met wél juist gebruikt:

  • Het onweer ging van hevige rukwinden vergezeld.
  • Dat ging met veel plichtplegingen vergezeld.

Zonder het werkwoord gaan kan vergezeld van soms wel op personen slaan: 'Vergezeld van haar zoon en dochter stapte de minister de balzaal binnen'; vergezeld van betekent dan 'in het gezelschap van'. Hier is ook vergezeld door goed mogelijk. Het werkwoord vergezellen betekent 'begeleiden, meegaan met'; vergezeld door betekent dus vrij letterlijk 'begeleid door'.