Wat is juist: synoniem zijn aan, synoniem zijn met of synoniem staan voor?

 

Synoniem zijn met en synoniem zijn aan ('hetzelfde betekenen/zijn') zijn allebei juist. Het lijkt erop dat synoniem zijn met iets gewoner is; dit lijkt iets meer nadruk te leggen op het feit dat de overeenkomst honderd procent is. Maar op synoniem zijn aan – waarin de vergelijking meer het uitgangspunt lijkt te zijn – is niets aan te merken.

Enkele voorbeelden:

  • Het lijkt wel alsof voor sommigen 'het druk hebben' synoniem is met/aan een gelukkig leven leiden.
  • Rijk zijn is altijd synoniem geweest met/aan het hebben van macht en privileges.
  • Vroeger was een rekening bij een grote bank synoniem met/aan zekerheid en vertrouwen.

De combinatie synoniem staan voor komt vaak voor, maar wordt nog steeds beschouwd als een contaminatie van synoniem zijn aan/met en staan voor. 'Ons bedrijf staat voor betrouwbaarheid en klantvriendelijkheid' is dus juist, net als 'Ons bedrijf is synoniem met/aan betrouwbaarheid en klantvriendelijkheid.'

Bij het zelfstandig naamwoord het synoniem passen de voorzetsels van en voor:

  • Noem twee synoniemen van het woord ook.
  • Rijwiel is een synoniem van/voor fiets.