Is het juist om te zeggen dat het stoplicht op groen staat?

Ja, daar hoeft geen bezwaar tegen te worden gemaakt.

Strikt genomen is alleen een verkeerslicht dat op rood staat een stoplicht; bij groen moeten de weggebruikers immers niet stoppen, maar juist doorrijden. Het officiële Reglement verkeersregels en verkeerstekens heeft het over verkeerslicht. Bovendien is stoplicht dubbelzinnig: het heeft ook de betekenis 'remlicht van een motorvoertuig'.

Toch is stoplicht een heel gewone aanduiding voor het seinlicht dat op kruispunten het verkeer regelt. De meeste hedendaagse woordenboeken beschouwen stoplicht en verkeerslicht dan ook als synoniemen. Prisma XL Nederlands omschrijft stoplicht als "constructie naast of boven de weg met groen, oranje en rood licht, dat aangeeft of het verkeer mag doorrijden of moet stoppen, verkeerslicht" en verkeerslicht als "gekleurd licht dat aangeeft of het verkeer kan doorrijden of moet stoppen, stoplicht". In de Dikke Van Dale (2015) staat bij stoplicht eerst "verkeerslicht dat het sein geeft om te stoppen", en vervolgens "verkeerslicht" in het algemeen.

Taal is nu eenmaal niet altijd logisch; niet alle woorden betekenen letterlijk wat ze lijken uit te drukken. Een hongerstaking betekent niet dat iemand stáákt met hongeren (dus weer gaat eten), en bij een solidariteitsstaking is het niet de solidariteit die ophoudt: het is een staking úít solidariteit. In de Schrijfwijzer (2005), het bekende taaladviesboek van Jan Renkema, wordt uitgelegd dat een letterlijke benadering een verlammende uitwerking kan hebben. "Vismeel is 'meel' ván vissen, maar waarom reageren wij dan niet vol afschuw op kindermeel? Omdat we 'zonnebloemolie' ook niet interpreteren als 'babyolie'. (...) Een burgeroorlog is geen burgeroorlog meer wanneer er militairen aan deelnemen. (...) Een nummerbord met letters moet toch eigenlijk kentekenplaat heten?", etcetera.