Ontvetten betekent ‘van vet ontdoen’. Maar wat betekent ont- in ontdooien?

In ontdooien duidt ont- een beginpunt aan: het dooien/smelten begint.

Betekenissen van ont-

Het voorvoegsel ont- heeft verschillende betekenissen.

Ont- = ontkenning, verwijdering of tegenstelling

Oorspronkelijk werden met ont- werkwoorden gevormd die iets van een verwijdering, scheiding, ontneming of tegenstelling uitdrukken. Dit soort werkwoorden met ont- komen nog steeds het vaakst voor. Bijvoorbeeld:

  • ontsluiten = ‘openen’; ontspannen = ‘tot rust (doen) komen’ (tegenstelling);
  • ontkomen, ontgroeien (verwijdering);
  • ontbossen, ontheiligen; ontvetten (‘ontdoen van’, ‘ontneming van’).

Enkele speciale gevallen:

  • ontkennen: afgeleid van kennen in de oude betekenis ‘vaststellen, bepalen’;
  • ontwikkelen: waarschijnlijk ontstaan als vernederlandsing van het Duitse entwickeln; kan ongeveer uitgelegd worden als ‘uit zijn wikkel/omhulsel komen’, vandaar (in toepassing op bijv. zaden, kiemen en andere plantendelen) ‘ontspruiten, tot bloei komen’ en vandaar ‘groeien, veranderen, verder komen’.

Ont- = begin van een handeling

Daarnaast zijn er enkele werkwoorden als ontdooien en ontbranden, waarin ont- het begin van een handeling aanduidt. Andere voorbeelden: ontbijten, ontbloten, ontstaan, ontsteken, ontvangen en ontwaken. Waarschijnlijk valt ook ontnuchteren (‘nuchter maken’) in deze categorie.

Enkele speciale gevallen:

  • ontroeren: afgeleid van roeren (‘bewegen’); is dus iets als ‘in beweging/beroering brengen’, vooral in figuurlijke zin (van emoties);
  • ontmoeten: afgeleid van een oud werkwoord moeten/gemoeten, dat ‘tegenkomen, treffen’ betekende en waarvan ook tegemoet(komen) is afgeleid; met het huidige moeten (‘dienen te’) heeft het niets te maken.

Onduidelijk: ontbieden en ontgelden

Wat ont- uitdrukt in ontbieden (‘laten weten dat iemand ergens naartoe moet komen’) en ontgelden (in het moeten ontgelden, ‘ergens voor moeten boeten’), is helaas niet duidelijk. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) drukt ont- hier een soort “nadering” uit, een relatie tussen de spreker en de ander. Ontbieden geeft aan dat het onderwerp van dit werkwoord (dus degene die ontbiedt) zich richt tot een ander, tot een tweede persoon. In ontgelden drukt ont- volgens het WNT uit dat het ‘gelden’, het betalen dus, aan een ander geschiedt. Ontgelden in de betekenis ‘betalen’ is overigens al lange tijd verouderd.

Waar komt ont- vandaan?

Het ontkennende voorvoegsel ont- is volgens de etymologische woordenboeken voortgekomen uit een woorddeel anda-, dat al voorkwam in voorlopers van de huidige Germaanse talen; het is vermoedelijk verwant aan het Griekse anti-, dat ook in de westerse talen veel gebruikt wordt in de betekenis ‘tegen’.

De andere betekenis is mogelijk ontstaan doordat er in oude varianten van de Germaanse talen een voorvoegsel in- voorkwam dat een begin aanduidde, zoals in het Gotische inbrannjan (‘doen ontbranden’). Misschien is in een ver verleden dit in- vervangen door of samengevallen met ont-.