Wat is het best: 'Dat ging makkelijk' of 'Dat ging gemakkelijk'?
 

Het is allebei juist. Zowel makkelijk als gemakkelijk komt voor in het officiële Groene Boekje en in andere naslagwerken.

Gemakkelijk is de oudste vorm. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel IX, 1913) is makkelijk een “bijvorm van gemakkelijk, die vooral in Holland zeer gewoon is.” Het WNT geeft enkele citaten uit de achttiende eeuw waarin makkelijk wordt gebruikt. In de schrijftaal komt deze vorm dus ook al eeuwen voor.

Gemakkelijk is volgens de taalnorm het geschiktst voor formelere contexten. Bijvoorbeeld in zinnen als:

  • Het kabinet gaat er te gemakkelijk van uit dat mensen bijscholing zelf kunnen betalen.
  • Volgens de officier van justitie was het gemakkelijk de dader op te sporen.
  • Verbouwkompas.nl maakt werken volgens het Bouwbesluit gemakkelijk.

In deze zinnen zou makkelijk overigens zeker ook gebruikt kunnen worden.

Van Dale (2005) vermeldt bij zowel makkelijk als gemakkelijk de betekenissen:

  • 'niet moeilijk': 'Dat is lang niet gemakkelijk/makkelijk';
  • 'flexibel': 'Myriam is een gemakkelijk/makkelijk mens'; 'Hij is daar erg gemakkelijk/makkelijk in';
  • 'gemakzuchtig': 'Hij is nogal gemakkelijk/makkelijk uitgevallen';
  • 'best', 'licht', 'mogelijk': 'Het kan gemakkelijk/makkelijk zo zijn dat dit al eens is opgemerkt.'

Gemakkelijk heeft volgens Van Dale daarnaast de betekenis 'gemak opleverend', 'comfortabel', 'gerieflijk', zoals in een gemakkelijke stoel, een gemakkelijk leventje. Maar ook in deze betekenis is makkelijk in de praktijk heel gewoon.