Waar komt luilak ('lui persoon', 'luiaard', 'luiwammes') vandaan? 

Waar het woord lui vandaan komt, is niet zeker. Het komt sinds de Middeleeuwen in het Nederlands voor en gaat waarschijnlijk terug op een oeroud Germaans woord. 

De herkomst van het tweede deel lak is ook al onduidelijk. Misschien is luilak een verbastering van luizak, luibak en/of luilap. Dat zijn alle drie scheldwoorden voor luiaards die al in de zeventiende eeuw voorkwamen. Maar vroeger werd ook wel luie lak gezegd - dat maakt het iets minder aannemelijk dat luilak gevormd is naast luizak, -bak of -lap

Er wordt weleens geopperd dat luilak teruggaat op een persoon: Piet Lak, een nachtwacht van het Amsterdamse stadhuis, die in 1672 in slaap was gevallen terwijl hij had moeten waarschuwen voor de oprukkende Fransen. Hij werd later luie Lak genoemd en dat werd later luilak. Dit verhaal wordt niet bevestigd door de naslagwerken, maar het doet al zeker een eeuw de ronde. Overigens slaagden de Fransen er in 1672 niet in Amsterdam te bereiken.