Is letterlijk juist in ‘Ik schrok me letterlijk een hartverzakking’?
 

Daarover verschillen de meningen. Wie letterlijk opvat als een versterkend woord, zal niets bijzonders zien aan deze zin. Maar wie letterlijk opvat als het tegenovergestelde van figuurlijk, zal deze zin waarschijnlijk ‘fout’ noemen.

Letterlijk = ‘woordelijk’

Letterlijk betekent eigenlijk ‘woordelijk’, ‘precies zoals ik het zeg’. Die betekenis heeft het bijvoorbeeld in:

  • Het peutertje in de zandbak stak letterlijk z’n kop in het zand.
  • Je hebt me letterlijk in de kou laten staan toen je de deur per ongeluk dichtgooide.

In deze voorbeelden staan de uitdrukkingen je kop in het zand steken en iemand in de kou laten staan. Letterlijk is toegevoegd om aan te geven dat het peutertje écht zijn kop in het zand stak en dat er écht iemand in de kou stond. De spreker bedoelt het dus woordelijk, precies zoals het er staat.

Letterlijk = een versterkend woord

Al lange tijd is letterlijk ook een versterkend woord. Het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) geeft dit gebruik van letterlijk al: “(...) thans altijd min of meer oneigenlijk als bijwoord van graad: geheel en al, volstrekt, ten eenenmale, kompleet, bepaald.” Daarbij vermeldt het WNT een citaat uit 1825: “Intusschen was letterlijk mijn gehele huisgezin ziek geworden.” Volgens de hedendaagse woordenboeken kan letterlijk puur versterkend zijn. Daarnaast kan het ‘volstrekt, totaal’ en ‘werkelijk, echt’ betekenen. Bijvoorbeeld:

  • Ik heb me letterlijk kapotgeschaamd voor hem. 
  • Er was letterlijk geen land met haar te bezeilen. 
  • Zijn ovenschotels zijn letterlijk hemels. 
  • Ik heb me letterlijk het vuur uit de sloffen gelopen voor hen. 

Soms wordt letterlijk ook nog versterkt door er en figuurlijk aan toe te voegen: ‘Ik heb me letterlijk en figuurlijk kapotgeschaamd voor hem.’ 

De vier voorbeeldzinnen hierboven kunnen niet voor iedereen door de beugel. Een oplossing is letterlijk gewoon weglaten. Je kunt ook een ander woord gebruiken om extra nadruk te geven. Bijvoorbeeld:

  • Ik heb me kapotgeschaamd voor hem. 
  • Er was totaal geen land met haar te bezeilen. 
  • Zijn ovenschotels zijn werkelijk hemels. 
  • Ik heb me echt het vuur uit de sloffen gelopen voor hen.