Wat is juist: eis en weder dienende of ijs en weder dienende?

IJs en weder dienende is juist. Dienen betekent hier ‘geschikt zijn, gunstig zijn voor iets’. Er staat dus eigenlijk: ‘als het ijs goed is en als het weer meewerkt’.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) schreef in 1911 over deze uitdrukking: “IJs en weder dienende is het vaste voorbehoud waaronder men hardrijderijen op schaatsen enz. uitschrijft.” De betekenis van de uitdrukking is sindsdien breder geworden. Nu bedoelen we ermee: ‘als alles goed gaat’, ‘als alles meezit’, ‘als alles blijft zoals het nu is’. Bijvoorbeeld: ‘IJs en weder dienende zitten wij volgende week prinsheerlijk in Parijs.’

Waarom niet eis en weder dienende?

Sommige mensen denken dat het eis en weder dienende moet zijn. Zij denken namelijk dat de uitdrukking een juridische achtergrond heeft. De oorspronkelijke betekenis zou dan iets zijn als ‘als er sprake is van hoor en wederhoor’. Er bestaat echter geen enkele aanwijzing voor een juridische herkomst. Een eis kan bovendien niet ‘dienen’ (een kort geding wel). Daarnaast komt weder nergens voor als verkorting van wederhoor

Anderen denken dat de juridische zin ‘De tegenpartij dient van eis’ van invloed is geweest. Deze zin betekent ‘de tegenpartij dient het document in waarin de eis staat’. Ook voor een verband met deze zin is geen enkel bewijs te vinden. De vraag blijft bovendien hoe weder dan in de uitdrukking terecht is gekomen. 

IJs en weder dienende komt met een lange ij al eeuwenlang voor in het Nederlands. Zie bijvoorbeeld deze aankondiging uit 1823: 

“LIEFHEBBERS VAN HET SCHAATSRIJDEN, worden uitgenoodigd, tegen Woensdag den 8 Januarij 1823, te Woudsend, daar eenige Liefhebbers aldaar met het vereischt consent voorzien, en Weer en IJs dienende, alsdan zullen laten verhardrijden en aan de twee snelste Rijders verëeren: Een UITMUNTEND FRAAI GOUDEN ZAKHOROLOGIE tot een Prys en EENE ZILVEREN VORK EN LEPEL tot eene Premie.”