Wat is het verschil tussen elk en ieder? Mag je ze door elkaar gebruiken?
 

 

Elk en ieder zijn synoniem: alle recente woordenboeken geven bij elk de betekenis 'ieder' en bij ieder de betekenis 'elk'. Dat is niet iets van de laatste tijd: ook het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) doet dat.

De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) zegt over elk en ieder het volgende: "De keuze tussen ieder(e) en elk(e) is in principe vrij, maar er is wel, althans naar het gevoelen van sommige taalgebruikers, een lichte voorkeur voor het gebruik van ieder(e) voor personen en elk(e) voor niet-personen, alsook voor het gebruik van elk(e) als het om kleine groepen gaat. In beide gevallen is er geen sprake van een regel, maar slechts van een tendentie (...)."

Enkele voorbeelden uit de ANS:

  • Ieder kind kreeg een ijsje. (personen)
  • Elk van de twee bruidsmeisjes droeg een roos. (kleine groep)
  • Aan elk oor had ze een oorring. (kleine groep: één paar oren)

In sommige uitdrukkingen ligt het gebruik van elk of ieder overigens min of meer vast: 'voor elk wat wils', 'ieder op zijn beurt', 'ieder voor zich'. Na elk komt geen -s, dus vandaar: 'in ieders hart', 'in ieders gedachten', 'met ieders goedkeuring'.

De keuze tussen ieder en elk is in de meeste gevallen dus vrij. Nog een paar voorbeelden: 

  • Is het gezond om elke dag een ei te eten?
  • Is het gezond om iedere dag een ei te eten?
  • Op elk potje past een dekseltje.
  • Op ieder potje past een dekseltje. 
  • Elke week kans op 1 miljoen!
  • Iedere week kans op 1 miljoen!
  • Elke vent heeft een mankement.
  • Iedere vent heeft een mankement.