Welk woord is nu juist: identificatieplicht of legitimatieplicht?

Volgens de meeste hedendaagse woordenboeken zijn deze twee woorden synoniem en dus uitwisselbaar. Ook zich identificeren en zich legitimeren betekenen hetzelfde: 'bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft'.

In de praktijk genieten identificatie en de samenstellingen die met dit woord beginnen steeds meer de voorkeur boven legitimatie. Zo is er de Wet op de identificatieplicht, en gebruiken allerlei instanties standaard het woord identiteitsbewijs ('bewijs waarmee men zich identificeert') voor paspoorten en andere documenten, in de praktijk vaak afgekort tot (het niet-officiële) ID-bewijs.

Er zijn echter wel degelijk nuances aan te brengen in het gebruik. Ook omdat identificatie en identiteit normaal gesproken betrekking hebben op personen, en legitimatie vaker op eigendommen of handelingen, is het logisch om te spreken van identificatieplicht als gedoeld wordt op de plicht van een individu om zijn identiteit te kunnen laten verifiëren door middel van een officieel document.

Dit betekent echter niet dat legitimatieplicht minder geschikt zou zijn in sommige situaties: dat woord is namelijk onverminderd van toepassing wanneer iemand bijvoorbeeld een vliegtuig of een gebouw in wil, en die handeling gelegitimeerd ('gerechtvaardigd') moet worden. In het geval van een algemene identificatieplicht is identificatieplicht echter een betere woordkeuze dan legitimatieplicht, omdat het enkel en alleen gaat om het vaststellen van de identiteit van een persoon.