Wat is het verschil tussen faciliteren en faciliëren?

Faciliteren betekent ‘van faciliteiten voorzien, ondersteuning bieden door hulp en voorzieningen aan te bieden’ en meer in het algemeen: ‘mogelijk maken’. Faciliëren betekent ‘gemakkelijk(er) maken’ en ook ‘mogelijk maken’. In sommige zinnen zijn faciliteren en faciliëren dus bijna synoniemen, maar met faciliteren ligt er meer nadruk op het aanbieden van ‘gereedschappen’ (ook figuurlijk) om iets mogelijk te maken.

Faciliteren = ‘van faciliteiten voorzien’

Faciliteren is in de betekenis ‘van faciliteiten voorzien’, ‘mogelijk maken door gereedschappen en hulpmiddelen (ook in figuurlijke zin) aan te bieden’ in de tweede helft van de twintigste eeuw in gebruik gekomen. Voorbeelden:

  • De gemeente faciliteert vrijwilligersinitiatieven door vergaderruimte ter beschikking te stellen.
  • Ons bedrijf faciliteert sporters op hun weg naar de top door ze te sponsoren.
  • Je coach faciliteert je bij het aanleren van effectief gedrag.

Faciliteren is op zichzelf overigens al veel ouder. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt “faciliteeren” al, met een citaat uit het einde van de zestiende eeuw waarin dit werkwoord voorkomt. In het Algemeen Woorden-Boek Der Bastaard-Woorden uit 1668 staat het ook: “faciliteren, ligtmaaken, verligten” (= ‘verlichten’).

Faciliëren = ‘vergemakkelijken’

Faciliëren is aan het einde van de twintigste eeuw in gebruik gekomen. Het betekent ‘gemakkelijker maken’ en ‘mogelijk maken’. Voorbeelden:

  • Om de samenwerking te faciliëren is er een overeenkomst gesloten.
  • We willen de actieve participatie van burgers bij hun eigen woon- en leefomgeving faciliëren.
  • We gaan woonexperimenten via compacte, mobiele woningen faciliëren.