Kan ik faciliteren gebruiken in de betekenis 'van faciliteiten voorzien'? Of is alleen faciliëren juist?

 

Faciliteren is juist in de betekenis 'van faciliteiten voorzien, ondersteuning bieden'; faciliëren wordt doorgaans gebruikt in de betekenis 'vergemakkelijken, gemakkelijk(er) maken'.

Faciliteren is een betrekkelijk nieuw werkwoord: in de betekenis 'van faciliteiten voorzien' komt het pas sinds 1999 in de woordenboeken voor, namelijk in Van Dale en Koenen. Oudere drukken vermelden alleen faciliëren in de betekenis 'vergemakkelijken'. Volgens Van Dale (2005) kan faciliteren trouwens ook in deze betekenis worden gebruikt.

Het Vreemde-woordenboek van Kramers nam faciliteren in 1986 op in de betekenis 'gemakkelijk maken', maar toch was het niet het eerste naslagwerk dat dat deed. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt “faciliteeren” al, met citaten uit de negentiende, achttiende en zelfs zestiende eeuw waarin dit werkwoord voorkomt. Vermoedelijk kwam faciliteren in de twintigste eeuw toch niet vaak genoeg voor om in de woordenboeken te worden opgenomen.

Inmiddels is faciliteren in zinnen als 'De gemeente faciliteert vrijwilligersinitiatieven door vergaderruimte ter beschikking te stellen' en 'Ons bedrijf faciliteert sporters op hun weg naar de top door ze te sponsoren' heel gewoon. Door voor de betekenis 'van faciliteiten voorzien, ondersteuning bieden' het woord faciliteren te gebruiken, kunnen we een onderscheid aanbrengen met het al langer bekende faciliëren ('vergemakkelijken'). Bovendien is in faciliteren de t van faciliteit goed herkenbaar, en dat kan de duidelijkheid verhogen.

Opmerkelijk is dat het Groene Boekje noch faciliteren, noch faciliëren opneemt; in het Witte Boekje staan beide woorden.