Heb je het bij kaarten over de aas of het aas?

Zowel de aas als het aas ('de één in het kaartspel') is juist. In het Middelnederlands was het het aes. Dat had de betekenissen 'het laagste of het kleinste gewicht' en 'de eenheid of het laagste getal in verschillende spelen'. Het Middelnederlands had het woord aan het Frans ontleend, dat het weer ontleend had aan het Latijn. Het Latijnse as was een eenheid van munten en gewichten.

De aas is ontstaan uit de aaskaart. Een oud woordenboek vermeldt bij het aas: "In het kaartspel hoort men niet zelden de aas zeggen, hetgeen als verkorting van de aaskaart te beschouwen is." Deze verkorting heeft een succesvolle loopbaan achter de rug: alle hedendaagse naslagwerken vermelden dat het woord aas (de speelkaart) zowel mannelijk ('de') als onzijdig ('het') kan zijn. Tegenwoordig is de aas zelfs gebruikelijker. Het aas gebruiken we tegenwoordig vooral in de betekenis 'lokspijs'.