De Middeleeuwen: nog geen spellingregels
In de Middeleeuwen kende het Nederlands nog geen vaste spellingregels. Het Nederlands tussen 1150 en 1500, het Middelnederlands, was vooral fonetisch: men schreef de woorden vaak zoals men ze hoorde. Het huidige land werd toen bijvoorbeeld als lant geschreven, door de hoorbare t op het eind. Let wel op: het Middelnederlands was geen standaardtaal zoals het ABN van nu. Het is ‘slechts’ een overkoepelende term voor de dialecten die op dat moment in Nederland gesproken werden.
Omdat de mensen in verschillende resgio’s hetzelfde woord vaak net iets anders uitspreken, waren er in de Middeleeuwen veel spellingverschillen. Eenzelfde woord werd daardoor in verschillende regio’s ook op verschillende manieren geschreven. Het woord jaar spelde men bijvoorbeeld als jair, yaer, iaer én jaar.
| Vraye historie ende al waer Maghic u tellen, hoerter naer. Het was op ene avontstonde Dat Carel slapen begonde Tingelhem opten Rijn. Dlant was algader sijn. |
Fraeye historie ende al waer Mach ic u tellen, hoort naer. Het was op enen avontstonde Dat karel slapen begonde Tengelem op den rijn. Dlant was alle gader sijn. |
(De citaten hierboven zijn afkomstig uit het verhaal ‘Karel ende Elegast’. Ze zijn afkomstig van verschillende schrijvers. Daardoor verschilt de spelling: fraeye naast vraye, tegelem naast tinghelhem.
Uit: Van der Wal, M.: Geschiedenis van het Nederlands, 1992.)
Conventie: schrijvers passen zich aan elkaar aan
Wie kon schrijven, ging vooral uit van wat hij hoorde. En wat zo iemand hoorde, werd beïnvloed door de regio waarin hij woonde. Toch was er in de Middeleeuwen al een bepaalde conventie ontstaan: schrijvers probeerden zich, ondanks hun regionale achtergrond, aan elkaar aan te passen. Ze probeerden het dialect op bepaalde punten te ontwijken en ze lieten zich daarbij beïnvloeden door het westen van Nederland. Daar bevonden zich de politieke en economische macht. Bij de vorming van een eenheidstaal worden zij nu eenmaal als voorbeeld gebruikt: je probeert te schrijven en te praten zoals de machthebbers dat doen.
Een ‘echte’ standaardtaal
Pas later in de Middeleeuwen ontstond er belangstelling voor de volkstaal. Tot dan toe was het Latijn steeds het belangrijkst geweest op schrift. Door deze wetenschappelijke taal te gebruiken, bewees je dat je tot de hogere kringen behoorde. Bovendien had het ‘gewone volk’ toch geen geld voor boeken: die waren op dat moment veel te kostbaar. Dit veranderde door de uitvinding van de boekdrukkunst. Er konden nu sneller en goedkoper boeken worden gemaakt. Daardoor kregen schrijvers steeds meer de behoefte om hun werk massaal te verspreiden, ook onder het volk. Om die werken algemeen toegankelijk te maken, moest er wel een ‘echte’ standaardtaal komen. Langzaam maar zeker verschenen er grammatica’s met daarin expliciete aandacht voor de spelling. Deze spelling werd echter niet officieel vastgelegd. Daaraan ging nog wat vooraf: de opbouw van de standaardtaal.
Meer informatie over het Middelnederlands
- Op de website Literatuurgeschiedenis.org staat een minicursus ‘Middelnederlands in 10 lessen’.