Bij de Oscar-uitreiking komende zondag is The King's Speech zwaar favoriet. Het is nog even de vraag hoeveel van de twaalf nominaties verzilverd gaan worden, maar van één hoofdprijs is de film al voor 99% zeker: die is voor hoofdrolspeler Colin Firth als stotterende Britse koning.

Raymond Noë | 22 februari 2011

Het is een beklemmende scène in het begin van The King's Speech. Prins Albert (de latere koning George VI) moet een toespraak houden in een afgeladen Wembley-stadion. Hij begint te spreken, maar al in de eerste zin gaat het mis. De woorden willen zijn mond niet uit, en de keelgeluiden die hij voortbrengt worden door de luidsprekers onbarmhartig versterkt.

Terwijl je de prinselijke onmacht en de frustratie ziet groeien, worden de blikken van het publiek meewariger en afkeurender, en mede door de mistige atmosfeer in het doodstille stadion heeft de scène veel weg van een surreële angstdroom.

Honderdvijf spieren

Stotteren is een spraakstoornis die voorkomt bij een op de honderd mensen. Bij het spreken gebruiken we honderdvijf verschillende spieren, en het is dus helemaal niet zo raar als er bij het aansturen daarvan weleens wat fout gaat. Kan gebeuren.

Maar in de film is het 1925, de 'radio days' zijn begonnen, en daarmee zijn de leden van het koninklijk huis publieke figuren geworden. Of zoals de oude koning George V het in de film zegt: 'We zijn nu allemaal acteurs'. En acteurs mogen niet stotteren.

De prins zoekt hulp voor zijn handicap bij een ietwat onorthodoxe spraaktherapeut, die de prins op geheel eigen wijze helpt en met succes bijstaat – ook als de zaak in een stroomversnelling raakt wanneer Albert plots op de troon terechtkomt en het ook nog eens oorlog wordt.

Trekkebekken

The King's Speech is misschien wat voorspelbaar en braaf, maar Colin Firth speelt zijn rol met verve. Je ziet hem worstelen met de klem op zijn kaken, je ziet hem lijden door zijn onvermogen, en je ziet hem slikken en trekkebekken alsof hij nooit anders gedaan heeft. Experts en ervaringsdeskundigen roemen hem dan ook unaniem vanwege zijn geloofwaardige gestotter.

Als Firth de Oscar wint, krijgt hij hem waarschijnlijk ook vanwege de voorliefde van de Academy voor gehandicapten en gebrekkigen die niet bij de pakken neerzitten. Denk maar aan de autist Dustin Hofmann in Rain Man, de zwakbegaafde Tom Hanks in Forrest Gump, de doofstomme Marlee Matlin in Children of a Lesser God en de verlamde Daniel Day-Lewis in My Left Foot - allemaal rollen die een Oscar kregen. De aanstaande bekroning van de stotterkoning past naadloos in dat rijtje.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal