Sinds kort weet vrijwel iedereen het: in Catalonië spreekt men Catalaans. Overal in Catalonië? Nee, niet overal, zo weet talenkenner Gaston Dorren. Hij doet een en ander uit de doeken in zijn pas verschenen boek Lingua. Dwars door Europa in 69 talen. Hieronder het eerste deel uit het hoofdstuk over de taal van “een land in Spanje”.

Wat spreekt men in Giwoelië? Giwoelisch, ongetwijfeld. En wat is de taal van Blifland? Bliflands, natuurlijk! Nee? Dan moet het Blifs zijn.

Beide talen en beide gebieden zijn uiteraard fictief. Maar de voorbeelden laten zien hoe spraak en land met elkaar verweven zijn, in ieder geval in onze hoofden. In andere werelddelen is dat minder vanzelfsprekend, maar omdat hier in Europa veel taalnamen nauw samenhangen met landsnamen, gaan we er min of meer onbewust van uit dat de landen en de taalgebieden zelf ook samenvallen. Finland is waar Fins, Bulgarije waar Bulgaars, Portugal waar Portugees wordt gesproken. België, Zwitserland en Oostenrijk lijken uitzonderingen die de regel bevestigen.

Maar bekijk je een goede kaart van Europa’s talen, dan zie je iets heel anders. Terwijl de staatkundige kaart uit stevige eenkleurige blokken en blokjes bestaat, vertoont een taalkundige kaart een veel fleuriger mozaïek, met rafelige randjes en hier en daar een handje confetti.

Neem het Catalaans. Waar wordt dat gesproken? In Catalanië natuurlijk. Herstel: in Catalonië. Of Cataloenië (Catalunya), zoals de inwoners zeggen. Het gebied is (althans op het moment van schrijven nog) een autonome regio in Spanje; “een land in Spanje”, zeggen de Cataloniërs graag. Herstel: de Catalanen.

Wordt in heel Catalonië Catalaans gesproken? Nee. In het noorden, tegen de Franse grens aan, ligt Aran, een klein gebiedje waar men Occitaans spreekt. In Frankrijk, waar het Occitaans veel meer voorkomt, is die taal niet erkend, want Parijs staat er nu eenmaal op dat het officiële Frankrijk eentalig is en blijft. Maar de Catalanen weten uit hun eigen verleden hoe vervelend het is als je taal niet erkend wordt, dus die fout hebben ze willen vermijden. Vandaar dat het Occitaans, hier Aranees genoemd, er een officiële status heeft.

En spreekt alleen Catalonië Catalaans? Ook al niet. De taal bloest aan alle kanten over de regiogrens heen. Aan de zuidkant is ook de regio Valencia grotendeels Catalaanstalig, al spreken ze zelf eigenwijs van ‘Valenciaans’ (valencià). Aan de westkant spreken een strook van de regio Aragon en een klein hoekje van Murcia eveneens català. Over de Spaanse noordgrens is het de spreektaal van het Franse departement Oostelijke Pyreneeën. Sinds 2007 bestaat daar zelfs een Handvest ten gunste van het Catalaans – de Franse lagere overheden zijn minder rigide dan Parijs. Eveneens over de noordgrens is het Catalaans zelfs de enige en officiële taal van het prinsdommetje Andorra. (Als ik Catalonië was, zou ik Andorra omkopen om EU-lid te worden, en zo een officiële Europese status voor de taal afdwingen.) Een flink stuk uit de kust liggen de Balearen, de Spaanse eilandengroep waarvan Mallorca het bekendst is. Ook die zijn Catalaanstalig. En nog verder overzee ligt het Italiaanse eiland Sardinië, waar in één stad, Alghero, al ruim zes eeuwen Catalaans wordt gesproken, nu nog door zo’n tienduizend personen. (De vroegere Italiaanse communistenleider Enrico Berlinguer was een Sardijn met een Catalaanse achternaam.)

Kortom: het Catalaans, gesproken door zo’n 11,5 miljoen mensen, is thuis in vijf Spaanse regio’s en drie andere landen. En in alle Spaanse en zelfs Europese voetbalstadions natuurlijk, als het machtige Barcelona er speelt. De FC is de trots van de regio (en ook nog steeds een beetje van Nederland) – vandaar zijn slogan “Mes que un club”, ‘meer dan een club’.

Gaston Dorren. Zijn boek Lingua. Dwars door Europa in 69 talen is te koop in de webwinkel van Onze Taal.