Voetbaltaal (René Appel, 1990)

Een artikel in een weekblad: 'Mensen die bij ons willen komen werken moeten een sparkle hebben. Om de juiste Fuji-cultuur te ontwikkelen probeer je the best of both worlds te nemen. We proberen bijvoorbeeld in de quality group te werken met een proposal-system. Na de meeting van de support steering group zoekt de manager de indiener van een proposal op.' Hoe heet zoiets, Engerlands of Nederengels?

Talen beïnvloeden elkaar voortdurend, en ze lenen vooral veel woorden van elkaar. Dat begrip 'lenen' is eigenlijk een beetje gek. Wat je leent, is een ander voorlopig kwijt en dat moet je later teruggeven. Met woorden ligt het anders. Toen het Nederlands 'bureau' van het Frans leende, moesten de Fransen het niet missen, en we hoeven het ook niet te retourneren. De taal is uiterst genereus, woorden genoeg.

Er zijn grofweg twee redenen om woorden van een andere taal te lenen. In het eerste geval worden er nieuwe zaken of nieuwe begrippen geïntroduceerd en in het verlengde daarvan een woord uit een vreemde taal. Als in de Verenigde Staten een electronisch muziekinstrument wordt ontworpen dat de naam 'synthesizer' krijgt, dan wordt hier tegelijk met dat instrument de naam geïmporteerd. Als mensen hun best doen een echte Nederlandse naam te bedenken, bijvoorbeeld 'wentelwiek' of 'hefschroefvliegtuig' voor 'helicopter' krijgen ze daarmee meestal geen voet aan de grond. 'Football' kwam uit Engeland en dus in de slipstream van het spel ook allerlei termen, die straks besproken worden. Eerst de tweede reden om woorden uit een andere taal te gebruiken: de behoefte om iets op een andere, sterke, bijzondere manier te zeggen, oftewel, weer de onderscheidingsbehoefte. Daarom geven veel mensen de voorkeur aan 'fuck' boven het het goed Hollandse 'klote' en vragen ze iemand te 'moven' in plaats van 'op te donderen'.

In de beginjaren van het voetbal werden woorden vooral geleend om de eerste reden. Het in een eerder hoofdstuk al genoemde eerste kranteverslag van een voetbalwedstrijd laat zien hoe ver dat ging. Er was bijna geen Nederlands voetbalwoord bij. Scheidsrechters en grensrechters werden aangeduid met referee en umpire. De aftrap heette de kick-off. De forwards probeerden het leder 'in den vijandelijken goal' te schieten. 'De Enschedesche goalkeeper kwam nu aan het werk; hij redde achtereenvolgens twee goals voor zijn partij, passeerde de bal aan ten Cate en deze aan de half backs.' Hoe belangrijk het Engels was, blijkt bijvoorbeeld ook uit de namen van veel clubs, waarin het woord football is opgenomen. Allereerst natuurlijk de oudste club van Nederland, HFC, Haarlemsche Football Club. Maar er zijn ook nogal wat andere, al of niet gedeeltelijk Engelse clubnamen: Always Forward, Arsenal, The Victory, Be Quick, Alkmaarse Boys, Kolping Boys.

De invloed van het Engels is natuurlijk ook zichtbaar in sommige 'leenvertalingen': Engelse woorden zijn als het ware letterlijk vertaald in een Nederlandse pendant. Football werd voetbal, forwards werden voorwaartsen (inmiddels weinig populair meer), wing vernederlandste tot vleugel en free-kick tot vrije trap. Opvallend is dat in veel Nederlandse leenvertalingen woorden als 'bal' of 'schop' werden toegevoegd. Penalty zou vertaald kunnen worden met 'straf', maar in het Nederlands is het strafschop geworden, en voor corner neemt men met 'hoek' geen genoegen. De Engelse header, voorheen nog wel headbal, is een Nederlandse kopbal geworden.

In de Nederlandse taalgemeenschap is de invloed van het Engels sterk gegroeid. Een 'kapperszaak' is een 'barbershop' geworden en voor 'dry cleaning' kan je terecht in wat vroeger een 'stomerij' heette. Het is daarom opvallend dat in het voetbal veel Engelse termen in onbruik zijn geraakt. Corner, free-kick en penalty zijn voor een groot deel vervangen door hoekschop, vrije trap/schop en strafschop. Een bal gaat niet meer out over de out-line, maar gewoon uit over de zijlijn. De captain is aanvoerder geworden, de crack een topper of een kanjer (of natuurlijk wereldvoetballer, want na wereld- kan bijna alles), en de goalgetter, ja… hoe wordt die tegenwoordig genoemd? Er is hier een woord uit het veld gehaald zonder dat er een nieuwe, Nederlandse term op de reservebank zat.

In plaats van trappen of schieten gebruikte men vroeger wel shotten. Spelers staan tegenwoordig meer buitenspel dan off-side. En de scrimmage, wat is er van de goede, oude scrimmage geworden? In de jaren negentig scoren spelers eerder uit de kluts dan uit een scrimmage, of een enkele keer uit de mêlée. De dribble, bestaat die eigenlijk nog, switchen de moderne voetballers wel? Een friendly game die eindigt in een draw wordt in ieder geval niet meer gespeeld: voltooid verleden tijd. Goals worden nog wel gemaakt, maar doelpunten krijgen de overhand. Behalve natuurlijk in uitroepen: 'Goal!'. Het gebruik van goal voor doel komt bijna niet meer voor. Goalie in plaats van doelman is ook een rariteit geworden, in tegenstelling tot keeper.

Er zijn natuurlijk nog wel meer termen die zich hebben weten te handhaven: sliding, tackle, toss, hands en (vaak voorkomend in combinatie met 'onvervalst': Poell scoorde een onvervalste hattrick). Pass en passen - spreek ongeveer zo uit als 'Paas' en 'Pasen' - horen ook in dit rijtje thuis. Maar de vroeger veel voorkomende combinaties met through en cross zijn bijna verdwenen. Vooral sedert Herman Kuiphof geen commentaaar meer levert bij voetbalwedstrijden op de televisie, zijn de through-pass en de cross-pass naar het voetbalmuseum verhuisd.

De trend is duidelijk: afname van het Engels in voetbaltaal, vooral van zogeheten kernwoorden als off-side en corner. Maar het lijkt gek genoeg wel of er compensatie nodig is: er worden weer allerlei nieuwe Engelse woorden geïntroduceerd, en dat zijn dan vaak 'toegvoegde woorden' die niet de kern van het spel of de spelregels raken. Dat gebeurt op basis van de tweede reden voor ontlening: de behoefte om dingen anders uit te drukken. Scoren uit de rebound bijvoorbeeld. Sinds er wordt gevoetbald, maken spelers doelpunten uit (van het doel) terugspringende ballen, maar tegenwoordig heet dat 'scoren uit de rebound'. Misschien is hier sprake van invloed van het basketball, waarin dat een traditionele term is. Zo'n doelpunt kan ook een lucky goal zijn, gewoon een gelukkig doelpunt dus, of een mazzelgoal. Even terzijde, maar uit dit laatste voorbeeld blijkt ook hoe samenstellingen aan regels kunnen zijn gebonden: 'mazzeldoelpunt' wordt vrijwel nooit gezegd.

Waarschijnlijk is ook het ijshockey verantwoordelijk voor nieuwe Engelse woorden: fore-checking ('het jagen op de tegenstander als die de bal nog op de eigen helft heeft') en power-play (betekent ongeveer hetzelfde; veel druk uitoefenen) zijn daar het resultaat van. Uit andere sporten komt ook de assist: de beslissende pass, de eindpass waaruit gescoord wordt.

Verder zijn een aantal 'bijverschijnselen' verantwoordelijk voor hernieuwde verengelsing. Er zijn al heel lang supporters, de met de club verbonden toeschouwers, maar daarbinnen - of misschien juist wel daarbuiten - bestaat een aparte groep, de sides: de meestal jonge supporters die op een bepaald tribunedeel staan (zoals de F-side) voor wie het kijken naar de voetbalwedstrijd vaak ondergeschikt lijkt aan meer gewelddadige, agressieve genoegens. Om deze tot vandalisme neigende lieden een beetje in te tomen, is er op veel stadioncomplexen een supportershome. Sinds het Wereldkampioenschap voetbal in Mexico van 1986 is de wave ook populair geworden: er gaat als het ware een golf door de zittribunes omdat mensen in 'verticale' rijen om beurten opstaan. Ongenoegen wordt geuit door middel van slow hand clapping. Dat wordt soms ook verkort: 'Al na vijftien minuten golfde de slow hand van de tribune'. Hier doet men iets in het Nederlands, namelijk weglating van clapping, dat in het Engels helemaal niet mogelijk is. Ploegen kunnen een perfect game spelen, maar dat is meer verslaggeversjargon, net zoals gallery play: bij een ruime voorsprong wordt de bal leuk, technisch verzorgd heen en weer getikt, ter vermaak van het publiek en ter vernedering van de tegenstander. Nog een noviteit die met een Engels woord wordt aangeduid: na afloop van veel voetbalwedstrijden wordt er een man of the match aangewezen. Terwijl het woord match er helemaal uit is, verschijnt het wel weer in zo'n nieuwe uitdrukking. Een woord dat het nooit gehaald heeft in het Nederlands is sweeper voor vrije verdediger.

Bij ontlening van een woord uit een andere taal vindt er bijna altijd aanpassing plaats: het woord wordt opgenomen in de 'ontvangende' taal. Denk bijvoorbeeld aan 'ballpoint', dat door veel mensen wordt uitgesproken als 'balpen'. Recent overgenomen woorden houden vaak nog de buitenlandse uitspraak: er zijn maar weinig mensen die van 'software' (met 'ware' dus op z'n Engels) iets als 'softwaar' maken. Woorden die uit een vreemde taal afkomstig zijn, worden ook ingepast in de grammatica. 'Karel raakte helemaal gestresst toen dat filetje dat-ie net had geüpdeet door die asshole van een Peter was gedeliet.' Bij het schrijven levert dit ook problemen op: is het eigenlijk wel 'geüpdeet' of 'geüpdate'? En 'filetje' voor 'bestandje', moet dat niet 'fijltje' worden? Anders lijkt het net een kleine file.

In de voetbaltaal gebeurt natuurlijk precies hetzelfde. Een woord als corner wordt uitgeproken een Nederlandse r. De vernederlandsing van penalty is in het vorige hoofdstuk al behandeld, met allerlei regionale varianten, van pienantie tot pendel Als ze zich niet in buitenspelpositie bevinden, staan Nederlandse voetballers niet off-side, maar afzijd of misschien wel afzijt. Van 'to dribble' en 'to tackle' zijn ook Nederlandse werkwoorden gemaakt: dribbelen en tackelen, die natuurlijk ook volgens de regels van het Nederlands worden vervoegd: dribbelde, gedribbeld, enzovoorts.

Het Engels heeft veel invloed op allerlei andere talen. In het Frans heeft men het bijvoorbeeld ook over 'le leader' van het klassement. Het curieuze is nu dat het Engels zelf het prototype is van een mengtaal, een taal die woorden uit een groot aantal andere talen, vooral Frans en Latijn, maar ook Noors, heeft ontleend, en diezelfde woorden vervolgens weer heeft 'uitgeleend'. Voor de Fransen is bijvoorbeeld penalty, dat wordt gebruikt naast pénalité, een sigaar uit eigen doos. Penalty is namelijk afgeleid van 'penal' dat zoiets als 'strafbaar' betekent, en dat is de Engelse versie van het Franse 'pénal'. Volley gaat terug op het Franse 'volée', afgeleid van 'voler' ('vliegen'). Toss is vermoedelijk oorspronkelijk een woord uit een Noors dialect: 'tossa', wat staat voor 'verspreiden' of 'strooien'. Nu strooit de scheidsrechter weliswaar niet met geld bij de toss, maar de relatie zal duidelijk zijn.

En andere talen, hoe zit het daarmee? Het Italiaans heeft eigenlijk maar twee woorden bijgedragen aan het Nederlandse voetbaljargon: catenaccio en libero. Het catenaccio werd in de jaren zestig gepraktiseerd door de befaamde trainer Helenio Herrera met Inter Milan: extreem verdedigend voetbal, waarbij achterin 'op de nul werd gespeeld' in de hoop zelf met een enkele verrassingsaanval toe te kunnen slaan. De libero is de Italiaanse vrije verdediger. In het Nederlands wordt deze term vooral gebruikt ter afwisseling van de andere varianten. Het is nog niet te voorspellen welk linguïstisch effect de aanwezigheid van Nederlandse 'gastarbeiders' bij Italiaanse clubs heeft op het Nederlandse voetbaljargon. Zullen Rijkaard, Van Basten en Gullit ooit zorgen voor Italiaanse infiltratie in de voetbaltaal? In ieder geval werd in 1990 in een kranteverslag van AC-Milan tegen Napoli al een gecalibreerde voorzet gegeven, naar het Italiaanse 'passagio calibrato' ('afgemeten voorzet').

Het Duits heeft ook maar een beperkte invloed gehad. Ausputzer, ook weer voor vrije verdediger, en Spielmacher behoren tot de weinige woorden die hier ingang hebben gevonden, en dan nog maar in beperkte mate. Ausputzer heeft ook al terrein moeten prijs geven aan vrije verdediger of laatste man. Andere Duitse woorden verschijnen vooral in de taal van journalisten, zoals Angstgegner (een tegenstander tegen wie het traditioneel altijd moeilijk voetballen is; Roda uit is voor Ajax een Angstgegner) en Torinstinct, 'een neus voor het maken van doelpunten'. Andere woorden verschijnen nogal eens in een leenvertaling, zoals recentelijk kopsterk (iemand die goed kan koppen) en aansluittreffer (doelpunt waardoor het verschil met de tegenpartij tot één goal wordt gereduceerd). Sommige verslaggevers hebben het ook over een glansparade van de keeper, een ernstig geval van Germanisme, de keeper verricht een fraaie redding of een mooie save (al bijna verouderd), maar glansparade, nee, dat vloekt wel heel erg met het Nederlands.


terug | inhoudsopgave | vooruit