Dossier 'Taalverzorging' - Tussen de regels

Tot zover de voorbeelden van analyse en onderzoek naar inhoud, structuur en formulering, naar drie van de vijftien ijkpunten uit het CCC-model. Met deze voorbeelden heb ik vooral willen benadrukken dat het in taalverzorging om veel meer gaat dan het goedkeuren of afkeuren van bepaalde formuleringen of om de problematiek van de tussen-n.

Alles goed en wel, zult u zeggen, maar taalverzorging moet toch ook gaan over regels? Uiteraard heeft taalverzorging betrekking op regels, conventies en normen. Alle aandacht voor onze tuin van woorden mag niet verhullen dat taalgebruik ook 'gewoon' fout kan zijn, volgens een van de drie criteria voor goed taalgebruik: correspondentie, consistentie en correctheid. Maar in het onderzoek en het onderwijs op het gebied van de taalverzorging moeten we — tussen de regels door — de aandacht richten op datgene wat regels kunnen bijdragen aan het cultiveren van de rijkdom van onze taal en aan het verbeteren van de communicatie. En die regels hebben betrekking op alle vijf tekstniveaus die vanmiddag genoemd zijn.

Aan het einde van deze openbare rede wil ik graag nog een woord van dank uitspreken aan allen die het hebben mogelijk gemaakt dat ik juist aan deze universiteit, op de grens van Nederland en Vlaanderen, werkzaam kan zijn als hoogleraar Taalverzorging. In het bijzonder wil ik hier iedereen bedanken die bijgedragen heeft aan mijn wetenschappelijke vorming. Ik noem met name mijn promotores Berthe Siertsema die mij leerde wat wetenschap is, en Hugo Brandt Corstius die mij leerde hoe die te beoefenen. En van mijn collega's dank ik in het bijzonder Leo Noordman die mij stimuleerde om in het academisch bedrijf mijn hart te volgen, en Carel van Wijk die altijd meer ziet in mijn getallen dan ik.

Ik hoop van harte dat ik in onderzoek en onderwijs een bijdrage kan leveren aan de doelstelling van het Genootschap Onze Taal: “het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal te bevorderen en aan hen die haar gebruiken meer begrip en kennis daarvan bij te brengen.” Mijn laatste woord geldt onze studenten: Aan het begin van deze rede citeerde ik de zin over de jeugd die dikwijls wijzer is ‘dan ons’. Ik hoop dat mijn onderwijs in tekstkwaliteit ertoe mag leiden dat letterenstudenten verder gaan in het verkennen van de grenzen van onze taal dan mij ... voor ogen kan staan.

Ik heb gesproken, en dank u voor uw stimulerende aandacht.


<< De formulering in een bijbelvertaling

Dossier 'Taalverzorging'