Dossier 'Taalverzorging' - Tussen de regels

In de meer traditionele taalverzorging wordt taal beschouwd als een 'tuin van woorden'. In deze taaltuin bloeien prachtige planten, maar steeds weer schiet ook het onkruid op. Taalverzorgingsregels zijn in deze visie vooral bedoeld om het onkruid geen kans te geven. Maar zulke regels vooronderstellen dat er een duidelijke definitie van onkruid is.

Naar mijn menig is het beter is om 'jonge scheuten' niet bij voorbaat als onkruid te bestempelen, maar om eerst na te gaan of bepaalde ontwikkelingen wellicht een bijdrage leveren aan de rijkdom van onze taal. Ik kies hiervoor een taalverzorgingskwestie waarover al decennia gediscussieerd wordt, en waarvoor taalgebruikers vaak een regel vragen. De vraag luidt: moet in zinnen met als onderwerp het woord 'aantal' het werkwoord in het enkelvoud of in het meervoud? Vergelijk de volgende zinnen.

     Gisteren kwam een aantal mensen mij feliciteren.
     Gisteren kwamen een aantal mensen mij feliciteren.

De vraag “Is het 'kwam' of 'kwamen'?” veronderstelt dat een van de twee mogelijkheden moet worden afgekeurd. In de taaladviesliteratuur wordt vaak beweerd dat het 'kwam' moet zijn omdat 'aantal' enkelvoud is. Maar het is zeer de vraag of de constructie met 'kwamen' altijd fout is. Het ligt meer voor de hand om te veronderstellen dat zich hier een nog subtiel betekenisverschil aan het ontwikkelen is. Immers, in de enkelvoud-zin verwacht je eerder dat de mensen op één bepaald tijdstip kwamen. De meervoud-zin wekt echter de suggestie dat de mensen op diverse tijdstippen, dus in de loop van de dag, hun felicitaties kwamen aanbieden. Dit betekenisverschil kan omschreven worden met het onderscheid collectief-distributief, of geheel-delen. Als het om een 'aantal' gaat in de betekenis van een groep, zonder nadere differentiëring, dan wordt het enkelvoud gebruikt: 'een aantal mensen kwam'. Als binnen het 'aantal' het accent ligt op de verschillende individuen, wordt het meervoud gebruikt: 'een aantal mensen kwamen'.

Dit onderscheid collectief-distributief zou niet inzichtgevend zijn als het alleen kan dienen als verklaring voor het onderscheid tussen enkelvoud of meervoud bij 'aantal'. Ditzelfde onderscheid speelt echter ook een rol bij een tiental andere kwesties waarover taalgebruikers vaak in onzekerheid verkeren. Ik geef hier nog enkele voorbeelden met betrekking tot woordkeus, vervoeging en spelling. (De andere kunt u nalezen in de boekvorm-uitgave van deze oratie.)

Voorbeeld 2. Mogen de woorden 'elk' en 'ieder' door elkaar gebruikt worden? Zie de volgende zinnen:

     De politie heeft elk/ieder directielid ondervraagd.
     De politie heeft elke/iedere kamer doorzocht.

In de taaladviesliteratuur wordt vaak gewezen op een mogelijk onderscheid tussen 'elk' voor het-woorden en 'ieder' voor de-woorden. Dan zou het moeten zijn 'elk directielid' en 'iedere kamer'. Ook wordt gewezen op het onderscheid 'elk' voor zaken en 'ieder' voor personen. Dan zou het moeten zijn 'ieder directielid' en 'elke kamer'. Maar het onderscheid collectief-distributief lijkt hier waarschijnlijker. Ook in het Engels geldt dit onderscheid, voor 'every' (elk) en 'each' (ieder). Als de nadruk ligt op alle directieleden of alle kamers, dus als het geheel wordt bedoeld, zonder nadere differentiatie, dan is het 'elk'. Als de nadruk ligt op de directieleden afzonderlijk en op de kamers afzonderlijk, dus als de delen worden bedoeld, dan is het 'ieder'.

Voorbeeld 3 gaat over het al dan niet gebruiken van het lidwoord 'een' in constructies als de volgende:

     Hij is kunstenaar.
     Hij is een kunstenaar.

Wanneer je van iemand een beroepsaanduiding geeft, zonder het lidwoord, dan bedoel je vooral te zeggen dat zo iemand tot die beroepsgroep hoort. Wanneer je die beroepsaanduiding met het lidwoord 'een' gebruikt, ligt het accent eerder op een kenmerkende eigenschap van het individu. In dit geval wordt dan bijvoorbeeld bedoeld dat de persoon in kwestie artistieke eigenschappen heeft. Als er een nadere aanduiding moet worden gegeven van de kenmerkende eigenschap, dan is het lidwoord verplicht. Je kunt niet zeggen: 'Hij is echte kunstenaar'. Ook bij de keuze van 'een' lijkt dus het onderscheid collectief-distributief een rol te spelen. Zonder lidwoord staat de collectief-betekenis op de voorgrond. Met lidwoord ligt het accent op de distributieve betekenis, waarmee in dit geval een individuele eigenschap wordt aangeduid.

Voorbeeld 4. De keuze tussen 'veel' en 'vele' lijkt op het eerste gezicht vrij. Vergelijk de volgende zinnen:

     Wij hebben bij de reünie veel oud-leerlingen mogen begroeten.
     Wij hebben bij de reünie vele oud-leerlingen mogen begroeten.

De keuze tussen 'veel' en 'vele' is echter niet altijd vrij. Het is bijvoorbeeld heel vreemd om van een meisje te zeggen dat zij 'vele sproeten' heeft; hier klinkt 'veel sproeten' veel natuurlijker. Bij 'vele sproeten' lijkt het erop dat de sproeten afzonderlijk worden bedoeld. Dat zou alleen maar kunnen in een situatie waarin plastische chirurgie aan de orde is. Omgekeerd klinkt het vreemd om te zeggen dat je 'veel redenen' hebt om iets wel of niet te doen. Hier zou men eerder 'vele redenen' verwachten omdat het niet om het áántal redenen gaat maar om de afzonderlijke redenen. Ook bij 'veel-vele' lijkt het onderscheid collectief-distributief dus een rol te spelen. Wanneer iemand 'veel oud-leerlingen' begroet, wordt eerder het aantal zonder meer bedoeld, terwijl bij 'vele oud-leerlingen' het accent ligt op de verschillende personen.

Voorbeeld 5. Maakt de spatie in de volgende zinnen verschil?

     Hij onderhoudt zich met een Engelssprekende gast.
     Hij onderhoudt zich met een Engels sprekende gast.

De spatie geeft hier een subtiel betekenisverschil. In het eerste geval wordt bedoeld dat de gast behoort tot de categorie Engelssprekenden; de gast heeft hier Engels als moedertaal. In het tweede geval hoeft Engels niet de moedertaal te zijn. De gast had ook een andere taal kunnen spreken. De spelling 'Engelssprekend' geeft aan dat de gast tot een bepaalde groep behoort; de spelling 'Engels sprekend' noemt een individuele eigenschap. Ook dit betekenisonderscheid kan dus worden beschreven met het begrippenpaar collectief-distributief.

Tot zover deze voorbeelden van taalkwesties waarover onzekerheid bestaat. De behandeling ervan, aan de hand van het onderscheid collectief-distributief, leidt tot de volgende conclusie. Voordat een bepaalde formulering als fout, als 'onkruid in de taaltuin', wordt bestempeld, moet eerst worden nagegaan in hoeverre bepaalde variaties wijzen op een behoefte aan betekenisnuancering. Uiteraard is het nog te vroeg om vast te stellen of een subtiel betekenisonderscheid 'doorzet'. Maar verbod in een vroegtijdig stadium, als dat al mogelijk is, leidt eerder tot taalverarming dan tot taalverrijking.


<< Inleiding | Het CCC-model >>

Dossier 'Taalverzorging'