Dossier 'Taalverzorging' - Tussen de regels

De formulering van een tekst kan van invloed zijn op het oordeel over een tekst. Althans, dat wordt over het algemeen aangenomen. Maar er zijn ook andere factoren die in zo’n oordeel een rol kunnen spelen. Het oordeel kan ook afhankelijk zijn van kenmerken van de auteur of van de bron. Wanneer we bijvoorbeeld een tekst van een jeugdige auteur lezen, verwachten we een modernere stijl dan in een boek van een veel ouder iemand. Als de jeugdige auteur dan archaïsmen gebruikt, valt dit waarschijnlijk eerder op. In een brochure die afkomstig is van de overheid verwachten we eerder een formele stijl dan in een brochure van bijvoorbeeld Amnesty International.

Het oordeel over de formulering kan ook afhankelijk zijn van kenmerken van de beoordelaar. Enkele van die kenmerken zijn: attitude, voorkennis, opleiding en leeftijd. Twee voorbeelden. Als een lezer het niet eens is met de stelling die in een tekst wordt verdedigd, zal hij misschien ook vallen over bepaalde formuleringen. Een oudere lezer zal misschien minder positief staan tegenover het gebruik van Engelse woorden dan een jongere lezer die veel Engels hoort in tv-programma's.

Het vertaalproject van de Nieuwe Bijbelvertaling (voortaan NBV) bood een goede gelegenheid om empirisch onderzoek te doen naar het effect van bepaalde formuleringen op het oordeel over de tekst, in een opzet waarbij ook kon worden nagegaan in hoeverre die oordelen afhankelijk zijn van kenmerken van de bron en van de lezer. Binnen het vertaalteam van de NBV ontstaan geregeld discussies over de stilistische waarde van bepaalde vertaalvoorstellen. Daarom was er behoefte aan een lezersonderzoek. In zo’n onderzoek kan met passages uit proefvertalingen worden nagegaan hoe lezers over bepaalde formuleringen oordelen. Die oordelen kunnen echter beïnvloed worden door de bron van de tekst. Het is heel aannemelijk om te veronderstellen dat lezers bepaalde verwachtingen hebben over bijbels taalgebruik. Ook kan het oordeel beïnvloed worden door kenmerken van de lezer zelf. Een kerkelijke lezer zal een bepaalde formulering in een bijbeltekst misschien anders waarderen dan een niet-kerkelijke lezer.

In overleg met het NBV-vertaalteam is een onderzoek uitgevoerd waarin enkele bijbelpassages ook gepresenteerd zijn als niet-bijbels. Deze passages zijn voorgelegd aan kerkelijke en niet-kerkelijke lezers. Hier een fragment uit een onderzochte passage (uit het bijbelboek Ester).


Val van Haman

1 Zo waren de koning en Haman weer bij koningin Ester te gast. 2 Ook op deze tweede dag zei de koning, terwijl de wijn geschonken werd, tegen Ester: 'Wat wilt u vragen, koningin Ester? Het zal u gegeven worden. Wat is uw wens? Al was het de helft van mijn rijk, uw wens zal vervuld worden.' 3 Koningin Ester antwoordde: 'Majesteit, als u mij goedgezind bent en als het de koning goeddunkt, schenk mij en ook mijn volk dan het leven; dat is wat ik wil vragen, dat is mijn wens. 4 Want we zijn verkocht, ik en mijn volk, om gedood te worden en volledig te worden uitgeroeid. Als we waren verkocht als slaven en slavinnen, dan zou ik hebben gezwegen, want zo'n ramp zou de belangen van de koning niet werkelijk schaden.' ' 5 'Wie is die man, waar is die man die zijn zinnen erop heeft gezet om zoiets te doen?' vroeg koning Ahasveros aan koningin Ester.


In het bijbelboek Ester hebben de vertalers een meer verheven taalgebruik nagestreefd dat in overeenstemming is met de oosterse en sprookjesachtige sfeer van het verhaal. De vraag was of een minder verheven woordkeus tot andere tekstoordelen leidt. Daarom is de passsage ook in een minder verheven woordkeus aan lezers voorgelegd. En omdat het oordeel kan worden beïnvloed door het feit dat de tekst uit de bijbel afkomstig is, werd de tekst ook gepresenteerd als niet-bijbels. Hiertoe zijn de namen veranderd, en kreeg de tekst een andere inleiding. Er zijn dus vier versies onderzocht: al dan niet bijbels in combinatie met verheven of alledaagse woordkeus. Hieronder de niet-bijbelse versie in de alledaagse woordkeus.


'Dit verhaal is afkomstig uit de Historiën van Herodotus, waarin veel staat geschreven over de geschiedenis van het oude Perzische rijk. Madana, de vrouw van een machtige Perzische koning die over vele volken heerst, heeft een complot ontdekt tegen haar eigen volk, en weet het gedaan te krijgen dat de bedenker van het complot, Ludon, samen met de koning bij haar komt dineren. Zij durft dan nog niets te zeggen, maar nodigt ze beiden wel voor een tweede keer uit ...'

Val van Ludon

Zo kwamen de koning en Ludon weer bij koningin Madana eten. Ook op deze tweede dag zei de koning, toen zij een glas wijn dronken, tegen Madana: 'Wat wilt u vragen, koningin Madana? Ik zal het u geven. Zeg het maar, wat is uw wens? Al was het de helft van mijn rijk, ik zal uw wens vervullen.' Koningin Madana antwoordde: 'Majesteit, als u mij goedgezind bent en als u wilt, geef mij en ook mijn volk dan het leven; dat is wat ik wil vragen, dat is mijn wens. Want we zijn verkocht, ik en mijn volk, om gedood te worden en volledig te worden uitgeroeid. Als we waren verkocht als slaven en slavinnen, dan zou ik mijn mond hebben gehouden, want zo'n ramp zou de belangen van de koning niet echt schaden.' 'Wie is die man, waar is die man die het in zijn hoofd heeft gehaald om zoiets te doen?' vroeg koning Ataxerxes aan koningin Madana.


In de volgende passage (uit het bijbelboek Handelingen) gaat het om de zinsbouw.


Paulus en Barnabas in Lystra

8 In Lystra zat een man op straat die geen kracht in zijn voeten had; hij was al sinds zijn geboorte verlamd en had nooit kunnen lopen. 9 Toen deze man naar een toespraak van Paulus luisterde, keek Paulus hem strak aan en zag dat hij in zijn genezing geloofde. 10 Daarom riep hij hem toe: 'Kom overeind en ga op je benen staan!'


De vertalers hebben gestreefd naar een niet al te ingewikkelde zinsbouw. Daarom zijn constructies uit eerdere proefvertalingen vereenvoudigd. Maar leiden deze vereenvoudigingen nu ook werkelijk tot andere tekstoordelen. Om dit na te gaan zijn de versies met de ingewikkelde en de eenvoudige zinsbouw aan lezers voorgelegd, en ook hier weer in een bijbelse en een niet-bijbelse versie. Hieronder de niet-bijbelse versie met de ingewikkelde zinsbouw.


'De volgende passage is afkomstig uit een levensbeschrijving van de Griekse monnik Orcharos. Hierin wordt verteld hoe een lamme wordt genezen.’

Orcharos en Cadmus in Lystra

In Lystra zat een man op straat die geen kracht in zijn voeten had en al sinds zijn geboorte verlamd was zodat hij nooit had kunnen lopen. Toen deze man naar een toespraak van Orcharos luisterde, keek Orcharos hem strak aan en omdat hij zag dat hij in zijn genezing geloofde riep hij hem toe: 'Kom overeind en ga op je benen staan!'


Aan het onderzoek namen ruim 150 proefpersonen deel, van wie de helft kerkelijk was en de helft niet-kerkelijk. Proefpersonen werden als kerkelijk beschouwd wanneer ze minstens één keer per maand naar de kerk gaan of één keer per week uit de bijbel horen voorlezen. De kerkelijke proefpersonen zijn geworven door vrijwilligers van het Nederlands Bijbelgenootschap. De niet-kerkelijke proefpersonen zijn geworven uit de kennissenkringen van letterenstudenten van de Katholieke Universiteit Brabant. De proefpersoongroep bestond uit ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Aan het einde van onderzoek werden aan de proefpersonen ook gegevens gevraagd over opleiding en leeftijd. De kerkelijke proefpersonen bleken over het algemeen een hogere opleiding te hebben dan de niet-kerkelijke proefpersonen. Bovendien waren de kerkelijken ouder dan de niet-kerkelijken (de gemiddelden waren 53 en 32 jaar). Het onderscheid tussen 'kerkelijk' en 'niet-kerkelijk' kan dus vertroebeld zijn door opleiding of leeftijd.

Omdat proefpersonen zowel bijbelse teksten te lezen kregen als teksten die (zogenaamd) niet-bijbels waren, stond in de introductie vermeld dat het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met het boekenfonds Archivaris. Aan de proefpersonen werd meegedeeld dat Archivaris zich richt op de uitgave van klassieke, (vroeg-)christelijke en Middeleeuwse geschriften, en dat de redacteuren graag willen weten hoe lezers oordelen over enkele proefvertalingen. De eigenlijke bedoeling van het onderzoek werd dus gemaskeerd, dit om een zo onbevangen mogelijk oordeel te ontlokken. (De vragen over de kerkelijkheid van de proefpersoon werden ook pas aan het einde van het onderzoek gesteld.)

Een opmerkelijk resultaat uit dit onderzoek is dat — in tegenstelling tot wat werd voorspeld — de factoren bron en kerkelijkheid nauwelijks een rol spelen in de stijloordelen. Het oordeel over bijbelteksten wijkt niet af van het oordeel over klassieke teksten. En het oordeelpatroon van kerkelijken wijkt niet af van dat van niet-kerkelijken.

Een andere vraag was in hoeverre de verschillen in formulering effect hebben. Hoe oordelen lezers over de verschillen in woordkeus in zinbouw? Als er verschillen in oordeel zijn tussen de Ester-versies dan zal de versie met de alledaagse woordkeus als minder verheven worden beoordeeld. Als er verschillen in stijloordeel zijn tussen de Handelingen-versies dan zal de versie met de ingewikkelde zinsbouw als minder duidelijk en minder aantrekkelijk worden beoordeeld.

In de volgende tabel staan de verschillende stijloordelen voor duidelijkheid, aantrekkelijkheid, gepastheid en verhevenheid over de passages. Deze oordelen verschilden niet voor de bijbelse en de niet-bijbelse versies. Daarom zijn deze versies in de analyse samengenomen. De score 4.80 op de duidelijkheid van de Ester-passage is dus samengesteld uit het gemiddelde van de als bijbels gepresenteerde passage, en de als niet-bijbels gepresenteerde passage. De resultaten die statistisch betrouwbaar (significant) van elkaar verschillen, staan vet gedrukt.

Stijloordelen over de verschillende formuleringen (minimum = 1; maximum = 7).

 
Ester-passage
Handelingen-passage
 

verheven woordkeus

alledaagse woordkeus

eenvoudige zinsbouw

ingewikkelde zinsbouw

Duidelijkheid

4.80

5.03

5.16

4.93

Aantrekkelijkheid

4.60

4.54

4.54

4.54

Gepastheid

4.99

4.77

4.93

5.15

Verhevenheid

4.20

3.66

3.76

4.09

Uit de stijloordelen over de Ester-passage blijkt dat er een significant verschil is bij het oordeel over verhevenheid. Voor de Ester-passage leveren de volgens sommigen van u misschien minieme veranderingen in woordkeus inderdaad het verwachte effect op.

Uit de stijloordelen over de Handelingen-passage blijkt dat er op de dimensies duidelijkheid en aantrekkelijkheid geen significant verschil is, dit in tegenstelling tot wat zou mogen worden verwacht. Waarschijnlijk zijn in dit onderzoek de lezers onderschat. Passages die vertalers en onderzoekers ingewikkeld vonden voor 'de gemiddelde lezer', werden door lezers niet als zodanig beoordeeld.

Merkwaardigerwijs was er in de Handelingen-passage wel een significant verschil op de dimensies gepastheid en verhevenheid. De versie met de ingewikkelde zinsbouw werd als gepaster en verhevener beoordeeld. Kennelijk verwachten lezers in passages zoals deze, lange zinnnen met veel inbeddingen. Men zou mogen veronderstellen dat er op deze dimensies verschillen zijn tussen kerkelijke en niet-kerkelijke lezers of tussen bijbelse en niet-bijbelse teksten. Maar dat bleek niet het geval.

Wat betekenen deze verschillen in oordelen nu? Een van de manieren om de betekenis van de oordelen in kaart te brengen is om te kijken naar het effect ervan op het aankoopgedrag. Daarom is aan de proefpersonen ook gevraagd om de beide versies te vergelijken, en aan te geven welke vertaling zij eventueel zouden aanschaffen. Uit de antwoorden blijkt dat de voorkeur voor de verheven woordkeus niet zo sterk is dat iedereen dan ook de meer verheven vertaling zou aanschaffen. Van elke tien lezers zouden vier toch liever de meer alledaagse versie kopen (verheven woordkeus 61%, alledaagse woordkeus 39%). Bij het vergelijkend oordeel bleek een redelijke sterke voorkeur voor de eenvoudige zinsbouw. Maar van elke tien lezers prefereren er toch drie de meer ingewikkelde zinsbouw als ze een versie zouden kopen (eenvoudige zinsbouw 72%, ingewikkelde zinsbouw 28%). In een bijbelvertaling voor een breed publiek zouden de vertalers echter moeten kiezen voor een verheven woordkeus en een eenvoudige zinsbouw. En men zou zich daarbij geen zorgen hoeven maken over specifieke verwachtingspatronen van kerkelijke of niet-kerkelijke lezers over bijbels taalgebruik.


<< De structuur van een belastingformulier | Tot besluit >>

Dossier 'Taalverzorging'