Taalcoaches werven: een goed initiatief van minister Vogelaar?

(Uitgelicht Taalnieuws op Onzetaal.nl - 26 juni 2008)

De afgelopen week stond 'de taalcoach' volop in de belangstelling vanwege de start van de Postbus 51-campagne voor inburgering 'Het begint met taal'. Minister Vogelaar van Integratie wil vrijwillige taalcoaches werven die het taalniveau van inburgeraars kunnen opkrikken door privé-taallessen te geven. Er is veel gereageerd op dit initiatief. Het idee is geprezen, de opzet is bekritiseerd en er is op gewezen dat taalcoaches absoluut geen nieuw fenomeen zijn.

Niet nieuw

Taalcoaches voor allochtone Nederlanders bestaan al langer. De verslaggeefster van de Volkskrant die hierop wijst, meldt dat taalcoaches in Leeuwarden al een jaar actief bezig zijn met het geven van Nederlandse lessen aan allochtonen op de werkvloer. En al in de jaren negentig werd Gilde SamenSpraak opgericht, een gilde met vrijwilligers van vijftig jaar en ouder die Nederlandse conversatielessen geven aan mensen van buitenlandse afkomst. In april 2006 schreef Marc van Oostendorp een artikel over deze organisatie in Onze Taal (zie het pdf-bestand onderaan).

Maar minister Vogelaar heeft ook nooit beweerd dat taalcoaches nieuw zijn. Er is alleen besloten om méér taalcoaches te werven. Dit duidt erop dat de regering denkt dat taalcoaches een positieve invloed hebben op de taalontwikkeling van allochtone Nederlanders. Deze gedachte is onder andere gebaseerd op de praktijk: initiatieven zoals in Leeuwarden hebben effect.

Vraagtekens

Minister Vogelaar verwacht dat ongeveer de helft van de bevolking er wat voor voelt om taalcoach te worden. In reacties op het persbericht worden vraagtekens geplaatst bij deze verwachting. Zijn er daadwerkelijk zo veel mensen bereid om zich als vrijwilliger in te zetten voor deze campagne? En kunnen de mensen die hiertoe bereid zijn er wel tijd voor vrij maken?

Daarnaast kun je je afvragen of de enthousiaste vrijwilligers wel in staat zijn om buitenlanders goed Nederlands bij te brengen. Natuurlijk valt er ook van niet-professionals veel te leren, maar is het wellicht een idee om de taalcoaches eerst zelf een cursus te geven? Dit punt is overigens niet uitgebreid ter sprake gekomen in het nieuws.

Doelgroep

Er zijn ook kritische vragen gesteld over de doelgroep van de campagne. Waarom komen er alleen taalcoaches voor allochtonen? Er zijn immers ook veel autochtone Nederlanders die de taal niet goed beheersen. Hoe terecht die opmerking ook is, in het kader van de campagne is ze niet heel relevant. De campagne is immers bedoeld voor inburgeraars. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat taalcoaches zich los van de campagne ook zouden kunnen inzetten voor de 1 miljoen autochtone Nederlanders die de taal niet goed beheersen.

Positief initiatief

Ondanks al deze kanttekeningen is het initiatief van de minister toch overwegend positief ontvangen. Door taallessen kunnen allochtonen beter integreren in de Nederlandse samenleving. Kennis van de Nederlandse taal stimuleert het contact tussen allochtone en autochtone Nederlanders. Het zou dan ook een enorme verrijking zijn als de campagne succes heeft.

Zie ook:
Taalcoach moet met speurwerk beginnen
Nederlandse conversatielessen als vrijwilligerswerk (Marc van Oostendorp in Onze Taal april 2006)