'Raptus' | Ingmar Heytze | Onze Taal, oktober 2002, blz. 275

In het aprilnummer van Onze Taal riep ik u op zogenoemde foute woorden in gedichten in te sturen – woorden die te vaag zijn, te weids, te hol of gewoon versleten door overmatig dichterlijk gebruik. Bijval en enthousiasme waren mijn deel, maar ook kritiek en onbegrip; één lezer van Onze Taal vond in de oproep aanleiding om zijn abonnement op te zeggen. Door de overige inzenders werden ruim tweehonderd woorden aangebracht voor de vergeetkelder.

Onder dichters leeft de materie duidelijk meer dan onder lezers van poëzie; ongeveer negentig procent van de inzenders gaf aan zelf ook gedichten te schrijven. Zo mailde de dichteres Patty Scholten: “Ik erger me ook mateloos aan die zogenaamd poëtische woorden. M.i. vervullen ze alleen een signaalfunctie, zo van: 'Kijk, dit is poëzie!' Ik vind dat ook 'officiële dichters' zich aan het gebruik van dat soort woorden schuldig maken. Je vergeet deernis toch niet en wenen/schreien?” De dichter Bart FM Droog stuurde onder andere in: “vrede, stilte, bloemen, dichten, dichter – en verder alle navelstaarderige poëzie over poëzie en zulks”, maar ook “groenten (alle soorten, en met name sla)”.

Het foutewoordenidee bleek niet volledig nieuw: de dichter Samir el Gamal bleek al langgeleden een 'Holle woorden gedicht' over deze materie te hebben geschreven. Een kort citaat: “Er zijn van die woorden, die doen pijn aan mijn ogen. / Ogen bijvoorbeeld. Dichters, haal die ogen uit! / En kras dan meteen die eeuwige ziel door!” En Vincent Kreugel mailde dat hij ooit al een top-tien had opgesteld van “de typische woorden uit clichématige puistenpoëzie van de klaagziek aangelegde medemens”. De top-tien: 1 hart, 2 vlinder, 3 dood, 4 O, 5 ziel, 6 tranen, 7 tijd, 8 maan, 9 lente, 10 schijnen. “Een woord in een vers is fout als het te veel lading meekrijgt”, mailde dichteres Dana Hokke. Zij schreef ook dat er ooit een polemiek is geweest over het woord sneeuw, dat volgens Gerrit Komrij niet meer mocht in een gedicht. In haar gedicht 'Bui' laat zij het door de dichter des vaderlands verfoeide weertype toch zijn gang gaan. Fragment: “en weldra viel er sneeuw / zo irreëel als pluksel / bij een schooltoneel.” Auteur Ronald Ohlsen, die goed was voor een kleine dertig foute woorden, schreef: “Toch komen deze woorden stuk voor stuk voor in gedichten die ik wel mooi vind”, want “in de goede omgeving worden ze verlost van het betekenisvolle gewicht waar ze in een foute context onder bezwijken.” Peter de Groot, die zeventien foute woorden aanbracht, zette onder zijn inzending: “Dit is een vijfminutenlijstje. Als ik er vijf dagen over zou denken, zou er geen woord overblijven.”

Enfin, hier zijn ze dan. Tweehonderdzes woorden die volgens lezers van Onze Taal fout zijn in een gedicht. Mogelijk is nadere analyse, inperking en freudiaanse duiding gewenst, maar daar was het me niet om begonnen. U kunt ermee doen of laten wat u wilt, of uw eigen lijst samenstellen van goede woorden in dichterlijk verband. Om te eindigen met een citaat uit het gedicht 'De man van taal' van Ruben van Gogh: “Twee woorden restten slechts; / volgens overlevering betraand / en vol van spraakverwarring. / Ze waren vrij te gaan; bevrijd. // De Man van Taal keek ze na: / mooie woorden; Vrouw & Liefde.”

De definitieve lijst van foute woorden

aanwinst fladderen komisch oneindig­heid spiege­lend vurig
abortus fout koud onontbeer­lijk spijt wanhoop
absoluut galmen kwelling onrust stank warm
abstinent gebeuren kwetsbaar onstui­mig staren wee
ademen gedepri­meerd leed ontmoe­digd sterren wenen
afstand gedicht leegte ontrege­len stilte werkelijk­heid
alles geel lekker ontroerd stimule­ren(d) wezen
avondrood geest lente ontroe­rend strand wind
behaard gegaran­deerd leuk ontstaan strelen wit
bezwijken gekweld licht ontwaken stromen woelig
bezwijmen geluk liefde onweder tampon wolken
biertje gloed liefde­loos onzicht­baar tijd wredelijk
blauw grappig liefhebben opbeurend torsen wreedheid
bloemen groenten lijden opgeto­gen tragisch zacht
bomen handen luste­loos opperste tranen zalig­heid
breekbaar hart maan oppervlak treuren zee
buik harten­zeer maanlicht oppeuzelen triest ziel­(loos)
chaos hartverscheu­rend manifest opvlieger trillen zinloos geweld
conclusie hele tijd misdadig paradijs troosteloos­heid zoel
contouren helmgras mismaakt pijn uiterste zoenen
dansend hemel(s) mismoedig psyche vader­land zon
dartel hemel­poort moedertje realiteit vader­tje zonnestraal
deernis Hij (met hoofd­letter) mysterieus regenach­tig verdriet zonover­goten
dichten horizon nacht respijt verganke­lijk zorge­lijk
dichter humoris­tisch nadenken ridder (+ wit paard) vergetel­heid zucht
diepzinnig ideaal nerven ruisen vergezicht zuchten
dood ijl neutraal ruste­loos verlangen zwart
dromerig illusie nevel schijnen verscheu­ren zwerk
droom individu nimmer schreien verstenen zweven
duister ingetogen O siddering verstild zwoegende (boezem)
eenzaam inhoud ochtend­gloren sip verten zwoel
eenzaam­heid interbel­lum ochtend­stond sla verwijde­ren  
eeuwig­heid jij onbestemd sneeuw vleugels  
einder kale bomen ondoorgron­delijk somber vlinder(s)  
fataal kalknagel ondrage­lijk spaarlamp vrede  

<< september 2002 | november 2002 >>

Dossier 'Raptus'