(Uitgelicht taalnieuws op Onzetaal.nl - 10 juli 2008)
 

Vrijwel nergens is de toespraakcultuur zo sterk ontwikkeld als in de Amerikaanse politiek. Overtuigend kunnen spreken is daar een must. Zeker voor presidenten en presidentskandidaten. Zij besteden dan ook veel aandacht aan de voorbereiding van hun speeches en debatten. En deze optredens worden vervolgens kritisch gevolgd door het publiek.

Uitblinkers

Veel Amerikaanse presidenten zijn als groot spreker de geschiedenis in gegaan. Ronald Reagan (1911-2004) kreeg zelfs een bijnaam die deze spreekkwaliteiten benadrukte: 'The Great Communicator'. Ook president John F. Kennedy (1917-1963) stond bekend als een begaafd spreker. Hij had bovendien een sterk charisma waarmee hij kiezers voor zich wist te winnen tijdens zijn toespraken. Barack Obama (president van 2008 tot 2016) bezit deze kwaliteiten ook en heeft daarom de bijnaam 'The Black Kennedy' gekregen. In zijn strijd om het presidentschap maakte hij over de hele wereld indruk met zijn daadkrachtige speeches.

De kunst van het overtuigen

Dat Amerikaanse politici zulke goede toespraken houden, heeft niet alleen te maken met het verhaal dat ze vertellen. Er komt meer kijken bij overtuigend spreken. Welke aspecten spelen dan nog meer een rol? Allereerst kunnen persoonlijke kwaliteiten je helpen. Obama heeft zijn charisma, en over de ex-acteur Reagan wordt vaak gezegd dat hij zo'n onweerstaanbare stem had. Daarnaast bestaan er allerlei overtuigingsmiddelen die Amerikaanse politici en hun speechwriters gebruiken wanneer ze een toepspraak schrijven: stijlfiguren en metaforen, strategische argumentatie, inspelen op emoties en krachtige lichaamstaal bijvoorbeeld; dit zijn overtuigingsmiddelen die al stammen uit de klassieke retorica.

Amerikaanse politici maken bovendien handig gebruik van framing: het toepassen van een gedachteconstructie waarmee je eigen opvattingen in een gunstig en die van tegenstanders in een ongunstig daglicht stelt (zie ook het Onze Taal-artikel uit het novembernummer van 2006 over framing, onderaan deze pagina als pdf-bestand toegevoegd). De taalkundige George Lakoff, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar framing binnen de Amerikaanse politiek, stelt dat de Republikeinen hun winst van de afgelopen jaren vooral te danken hebben aan een betere beheersing van de framing-techniek. Als George W. Bush het over 'belastingverlichting' had, riep hij een frame op waarin hijzelf de 'verlichter' en dus de held was, terwijl zijn tegenstanders de schurken waren die schade hadden toegebracht.

Aandacht

Er wordt ook veel gepraat óver de speeches en debatten van de Amerikaanse politici. Door kiezers, deskundigen en vooral journalisten, in binnen- en buitenland. Deskundigen maken zelfs hele analyses van speeches. Hierbij betrekken ze veelal theorieën uit de klassieke retorica, bijvoorbeeld van de Griekse filosoof Aristoteles.

Vanwege de enorme aandacht kunnen de sprekers zich nauwelijks een fout permitteren. George W. Bush heeft dit vaak ondervonden: zijn onhandige en verkeerde uitspraken worden over de hele wereld besproken. Ook zijn oorlogsretoriek is regelmatig het onderwerp van kritiek geweest; begin juni 2008 gaf hij toe dat zijn "soms agressieve taalgebruik" inderdaad te heftig was.

Taalverrijking

De opmerkelijke uitspraken van Bush hebben zelfs geleid tot een nieuw woord: Bushisms, 'unieke taaluitingen die voortkomen uit publieke optredens van de Amerikaanse president George W. Bush'. Vooral zijn versprekingen en verhaspelingen worden hiertoe gerekend, zoals "Put the 'off' button on".

Het maken van nieuwvormingen rondom politici gaat overigens nog veel verder. Alleen al de naam kan de basis zijn voor neologismen. Zo deden een paar jaar geleden de Obamaisms hun intrede: woorden waarin 'Barack' of 'Obama' is verankerd (Barackstar, Obamenon).

Ook legendarische uitspraken uit publieke optredens worden soms in het algemene taalgebruik opgenomen. Uitspraken als "I did not have sexual relations with that woman, Miss Lewinsky" van Bill Clinton en "Ich bin ein Berliner" van John F. Kennedy zijn een eigen leven gaan leiden.

Zie ook: